
De Wet DBA 2026 zorgt al jaren voor vragen bij zzp’ers en opdrachtgevers. Mag je nog langdurig voor dezelfde klant werken? Moet je meerdere opdrachtgevers hebben? En wanneer vindt de Belastingdienst dat je eigenlijk in loondienst werkt?
In 2026 is vooral de handhaving veranderd. De Belastingdienst kan bij schijnzelfstandigheid direct correcties en naheffingen opleggen. Vergrijpboetes zijn sinds dit jaar ook mogelijk wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Tegelijk geldt nog een gedeeltelijke zachte landing. In 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd.
Ook de wetgeving rond lage uurtarieven verandert. Een nieuw rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst is inmiddels aangenomen. Die wet is gepubliceerd, maar nog niet in werking getreden.
Voor jou als zzp’er betekent dit niet dat langdurige opdrachten of werken voor één klant ineens verboden zijn. Je moet wel kunnen uitleggen waarom je zelfstandig werkt. Daarbij gaat het niet alleen om je contract. De dagelijkse samenwerking weegt zwaar mee.
In deze gids lees je wat de Wet DBA in 2026 betekent, hoe een arbeidsrelatie wordt beoordeeld en wat je zelf kunt doen om sterker te staan.
UPDATE JULI 2026
De handhaving loopt sinds 1 januari 2025. In 2026 zijn vergrijpboetes mogelijk, maar worden geen verzuimboetes opgelegd. Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is aangenomen, maar nog niet in werking getreden.
Wat is de Wet DBA 2026?
DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. De wet is bedoeld om duidelijk te maken wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Dat onderscheid heeft grote gevolgen. Een werkgever moet voor werknemers loonheffingen en sociale premies afdragen. Een zelfstandige regelt zijn belastingen, verzekeringen en voorzieningen normaal gesproken zelf.
Een opdrachtgever kan daarom niet alleen op het contract zetten dat jij zzp’er bent. De afspraken moeten ook passen bij de manier waarop je werkt.
Werk je op papier zelfstandig, maar krijg je in de praktijk dezelfde aansturing als werknemers? Dan kan de samenwerking alsnog als loondienst worden beoordeeld. De naam boven het contract verandert daar niets aan.
Handhaving Wet DBA 2026: wat is er veranderd?
Tussen 2016 en eind 2024 gold een handhavingsmoratorium. Dat betekende niet dat schijnzelfstandigheid was toegestaan. De Belastingdienst trad alleen beperkt op en gaf opdrachtgevers meestal eerst aanwijzingen.
Sinds 1 januari 2025 geldt dat moratorium niet meer. Stelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan de dienst direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor de loonheffingen opleggen.
In de meeste normale situaties kan een naheffing niet verder teruggaan dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of het negeren van een eerdere aanwijzing kan een langere periode gelden.
In 2025 werden geen verzuim- of vergrijpboetes opgelegd. Sinds 1 januari 2026 kunnen wel vergrijpboetes volgen wanneer te weinig belasting is betaald door opzet of grove schuld. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd.
Dat verschil is belangrijk. Het betekent dat de handhaving serieus is, maar dat niet iedere fout direct tot een boete leidt. Naheffingen en correcties kunnen wel grote financiële gevolgen hebben.
Niet je contract, maar het totaalbeeld telt
Bij de beoordeling van je arbeidsrelatie kijkt de Belastingdienst naar alle feiten en omstandigheden. De vijf O’s bij zzp-inhuur kunnen helpen om die praktijk gestructureerd te controleren, maar er bestaat geen eenvoudige regel waarmee je automatisch veilig zit.
Een modelovereenkomst kan nuttig zijn, maar alleen wanneer de praktijk aansluit op de afspraken. Schrijf je dat je vrij bent om je werk in te delen, terwijl je iedere dag verplicht van negen tot vijf aanwezig moet zijn? Dan helpt die zin in het contract weinig.
De rechter kijkt eveneens naar het totaalbeeld. In het Deliveroo-arrest noemde de Hoge Raad verschillende omstandigheden die een rol kunnen spelen. In een latere uitspraak over Uber verduidelijkte de Hoge Raad dat tussen deze omstandigheden geen vaste rangorde bestaat.
Je ondernemerschap buiten één opdracht kan dus ook meetellen. Denk aan je andere klanten, investeringen, acquisitie, bedrijfsvoering en de manier waarop je jezelf in de markt presenteert. Hierdoor kan dezelfde soort opdracht voor de ene werkende wel zelfstandig zijn en voor een andere werkende niet.
De drie basiselementen van een arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst heeft drie bekende basiselementen: arbeid, loon en gezag. Toch kun je niet alleen deze drie woorden afvinken. De invulling in de praktijk bepaalt hoe zwaar ze wegen.
Je verricht persoonlijk arbeid
Bij vrijwel iedere opdracht lever je arbeid. De vraag is vooral hoe persoonlijk jouw inzet is.
Moet jij het werk altijd zelf uitvoeren? Of kun je in een passende situatie een andere gekwalificeerde professional inschakelen? Een vrije en realistische mogelijkheid tot vervanging kan wijzen op zelfstandigheid.
Een vervangingsclausule op papier is niet genoeg wanneer vervanging in werkelijkheid onmogelijk is. De opdrachtgever mag wel redelijke eisen stellen aan kennis, veiligheid en kwaliteit.
Je ontvangt een vergoeding
Ook een zzp’er krijgt betaald. Betaling alleen maakt je daarom nog geen werknemer.
De manier van betalen kan wel iets zeggen over de samenwerking. Een vaste maandelijkse vergoeding zonder duidelijk project, resultaat of ondernemersrisico lijkt sneller op loon. Een prijs per project, fase of resultaat past vaker bij ondernemerschap.
Een uurtarief is niet verboden. Veel zelfstandige adviseurs, bouwprofessionals en zorgverleners werken per uur. De overige omstandigheden blijven bepalend.
Er kan sprake zijn van gezag
Gezag is vaak het lastigste onderdeel. Een opdrachtgever mag eisen stellen aan de opdracht. Hij mag bepalen welk resultaat nodig is, welke veiligheidsregels gelden en wanneer een project gereed moet zijn.
Dat is iets anders dan bepalen hoe jij iedere stap moet uitvoeren.
Het risico neemt toe wanneer een leidinggevende jouw werkdagen indeelt, verlof goedkeurt, je werkwijze voorschrijft en je functioneren beoordeelt zoals bij werknemers. Ook verplichte deelname aan interne personeelsprocessen kan meewegen.
Aansturing is niet hetzelfde als een zakelijke opdracht
Veel onduidelijkheid ontstaat doordat iedere opdracht afspraken en overleg nodig heeft. Dat betekent niet direct dat sprake is van gezag.
Stel dat je als zelfstandig webdesigner een nieuwe website bouwt. De klant mag eisen stellen aan de huisstijl, planning, beveiliging en functionaliteit. De klant mag ook feedback geven op ontwerpen.
De verhouding verandert wanneer je structureel meedraait in het interne marketingteam, dagelijks taken krijgt van een manager en voor ieder besluit toestemming nodig hebt. Dan ben je minder zichtbaar als externe ondernemer.
Het verschil zit vaak in de aard van de aansturing. Een zakelijke opdrachtgever stuurt op het afgesproken resultaat. Een werkgever stuurt veel sterker op jouw dagelijkse arbeid en positie binnen de organisatie.
Welke kenmerken verhogen het risico?
Geen enkel kenmerk bepaalt zelfstandig de uitkomst. Een combinatie van signalen kan wel laten zien dat de samenwerking steeds meer op loondienst lijkt.
Het risico neemt onder meer toe wanneer je:
- structureel dezelfde werkzaamheden uitvoert als werknemers;
- vaste werktijden en werkdagen opgelegd krijgt;
- toestemming moet vragen voor vrije dagen;
- onder een interne teamleider of manager valt;
- geen opdrachten kunt weigeren;
- nauwelijks eigen ondernemersrisico loopt;
- alleen met systemen en middelen van de opdrachtgever werkt;
- zonder duidelijk eindpunt in de organisatie blijft meedraaien;
- na ontslag hetzelfde werk als zzp’er blijft uitvoeren;
- niet zichtbaar bent als ondernemer buiten deze opdracht.
Wil je deze signalen toepassen op je eigen opdracht? Lees dan ook hoe je als zzp’er schijnzelfstandigheid kunt voorkomen.
Een verplicht toegangspasje of werken met beveiligde software maakt je niet automatisch werknemer. In sommige sectoren zijn zulke voorwaarden noodzakelijk. Het gaat steeds om de combinatie van omstandigheden.
Welke omstandigheden ondersteunen zelfstandig ondernemerschap?
Een zelfstandige positie wordt sterker wanneer je daadwerkelijk ruimte hebt om als ondernemer te handelen.
Met de praktische zelftoets voor zzp’ers beoordeel je stap voor stap hoe sterk jouw zelfstandige positie is.
Je staat doorgaans sterker wanneer je zelf onderhandelt over je tarief, je werkwijze bepaalt en risico loopt als je werk niet aan de afspraken voldoet. Ook investeringen in opleidingen, verzekeringen, apparatuur en software kunnen laten zien dat je een bedrijf runt.
Andere relevante omstandigheden zijn actieve acquisitie, een eigen website, meerdere klanten en het opbouwen van een zakelijke reputatie. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap buiten de afzonderlijke opdracht mag meewegen bij de beoordeling.
Meerdere opdrachtgevers helpen dus, maar ze zijn geen verplicht toegangskaartje tot het ondernemerschap.
Mag je voor één opdrachtgever werken?
Er bestaat geen wettelijke regel die voorschrijft dat je ieder jaar minimaal drie of meer opdrachtgevers moet hebben. Je kunt dus een periode voor één opdrachtgever werken.
Het aantal opdrachtgevers is wel een onderdeel van het totaalbeeld. Werk je vrijwel al je uren voor één klant, dan word je economisch afhankelijker. Dat maakt andere afspraken belangrijker.
Een langdurige specialistische opdracht kan goed bij zelfstandig ondernemerschap passen. Denk aan een interim-projectmanager die achttien maanden een reorganisatie begeleidt. Hij is ingehuurd vanwege specifieke kennis, bepaalt zijn aanpak en werkt naar een afgesproken eindresultaat.
Een andere situatie ontstaat wanneer dezelfde projectmanager geen afgebakend project heeft, jarenlang een vaste functie vervult en volledig onder de interne manager valt. De functienaam verandert dan niets aan de feitelijke verhouding.
De duur van de opdracht is dus niet beslissend. De inhoud en inrichting van de samenwerking zijn belangrijker.
Praktijkvoorbeeld: langdurige ICT-opdracht
Sophie werkt als zelfstandig cybersecurityspecialist. Een bank huurt haar zestien maanden in voor de invoering van een nieuw beveiligingsmodel.
De bank bepaalt welke veiligheidsnormen moeten worden gehaald en wanneer de implementatie gereed moet zijn. Sophie bepaalt zelf haar technische aanpak. Ze adviseert het management, gebruikt deels eigen software en is aansprakelijk voor fouten binnen haar opdracht.
Naast deze opdracht besteedt ze enkele uren per week aan een kleinere klant. Ze volgt opleidingen op eigen kosten en voert gesprekken over nieuwe projecten na afloop van haar huidige opdracht.
De lange duur en hoge omzet bij één klant zijn aandachtspunten. Toch zijn er ook sterke kenmerken van ondernemerschap. Sophie levert specialistische kennis, heeft professionele vrijheid en bouwt actief aan haar bedrijf.
Praktijkvoorbeeld: terugkeren bij je voormalige werkgever
David werkte eerst als communicatiemedewerker in loondienst. Na zijn vertrek keert hij direct terug als zzp’er. Hij behoudt hetzelfde bureau, dezelfde werkzaamheden, dezelfde manager en dezelfde vaste werkdagen.
Alleen de betaalwijze is veranderd. Hij stuurt nu iedere maand een factuur.
Deze constructie heeft een hoog risico. In de praktijk is zijn positie nauwelijks veranderd. Een hoger tarief en een overeenkomst van opdracht maken de samenwerking niet vanzelf zelfstandig.
De situatie kan anders worden wanneer David voortaan een afgebakend communicatieproject uitvoert, zelf bepaalt hoe hij dat doet en ook andere klanten bedient. De overgang moet dan wel echt zichtbaar zijn in de dagelijkse praktijk.
Hoe verloopt een controle door de Belastingdienst?
De Belastingdienst kan beginnen met een bedrijfsbezoek. Dat is vaak een verkennend gesprek waarin wordt gekeken hoe een organisatie met zelfstandigen werkt.
Bij twijfel kan daarna een boekenonderzoek volgen. De Belastingdienst kan overeenkomsten, facturen, urenregistraties en andere relevante stukken bekijken. Ook de feitelijke samenwerking wordt besproken.
In de officiële handleiding voor 2026 staat dat bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken worden gebruikt om arbeidsrelaties te beoordelen en schijnzelfstandigheid tegen te gaan.
Voor jou als zzp’er betekent dit dat documenten en praktijk hetzelfde verhaal moeten vertellen. Een overeenkomst waarin veel vrijheid staat, past niet bij e-mails waarin een manager dagelijks gedetailleerde instructies geeft.
Bewaar daarom niet alleen je contract. Leg ook offertes, onderhandelingen, opdrachtomschrijvingen, projectresultaten en wijzigingen in de samenwerking goed vast.
Wat zijn de mogelijke gevolgen voor de opdrachtgever?
Blijkt achteraf dat sprake was van loondienst? Dan moet de opdrachtgever alsnog aangifte loonheffingen doen en de verschuldigde bedragen betalen.
Het kan gaan om loonbelasting, premies voor werknemersverzekeringen, de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet en belastingrente. In bepaalde situaties kan de opdrachtgever een deel van de loonbelasting op de werkende verhalen.
De Belastingdienst geeft een voorbeeld waarin een opdrachtgever bij €24.000 aan betaalde vergoedingen ruim €10.000 aan loonheffingen moet afdragen. Het werkelijke bedrag hangt af van de omstandigheden en de geldende percentages.
Naast fiscale gevolgen kunnen arbeidsrechtelijke en pensioenrechtelijke vragen ontstaan. Een werkende kan bijvoorbeeld stellen dat hij recht had op loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld of ontslagbescherming.
Wat zijn de gevolgen voor jou als zzp’er?
De grootste directe naheffing ligt vaak bij de opdrachtgever. Toch kun jij eveneens met financiële correcties te maken krijgen.
Wordt een opdracht als loondienst aangemerkt, dan telt die opdracht in beginsel niet als ondernemersactiviteit voor de inkomstenbelasting. Kosten die alleen met die opdracht samenhangen zijn dan mogelijk niet aftrekbaar. Ook kan de opdracht buiten de berekening van de zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en mkb-winstvrijstelling vallen.
Voor de btw kan eveneens een correctie nodig zijn. Over arbeid in loondienst hoor je geen btw te berekenen.
De Belastingdienst noemt uitzonderingen wanneer de werkzaamheden in loondienst sterk samenhangen met je andere ondernemingsactiviteiten en daaraan ondergeschikt zijn. De beoordeling blijft daarom afhankelijk van je volledige situatie.
Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
In 2026 is een aparte wet aangenomen voor werkenden met een laag uurtarief. Deze wet introduceert een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst.
Dat betekent niet dat iedereen onder het grensbedrag automatisch werknemer wordt. De werkende kan zich op het rechtsvermoeden beroepen. Daarna moet de opdrachtgever aannemelijk maken dat geen arbeidsovereenkomst bestaat.
De wet is op 29 juni 2026 gepubliceerd. In de wettelijke tekst staat een basisbedrag van maximaal €36 per uur. Dit bedrag wordt geïndexeerd. Voor de eerste toepassing wordt het geldende bedrag via een ministeriële regeling vastgesteld.
De ingangsdatum is op dit moment nog niet bekend. Je kunt het rechtsvermoeden daarom nog niet presenteren als een regel die nu al geldt.
Dat verklaart ook waarom verschillende bedragen rondgaan. In eerdere communicatie werd vaak gesproken over €38 als peildatum voor 2026. Voor een actueel artikel is het veiliger om de definitieve wet en de latere ministeriële regeling te volgen.
Het rechtsvermoeden is vooral een bewijsregel binnen het arbeidsrecht. Het is geen algemeen minimumtarief en ook geen automatische DBA-goedkeuring boven de grens.
Komt er een nieuwe Zelfstandigenwet?
Het kabinet heeft in maart 2026 besloten het verduidelijkingsdeel van het eerdere wetsvoorstel VBAR te schrappen. Dat onderdeel moest duidelijker maken wanneer iemand werknemer of zelfstandige is, maar leidde volgens het kabinet tot te veel onrust.
In plaats daarvan wil het kabinet werken aan een Zelfstandigenwet. Die wet moet zelfstandigen en opdrachtgevers meer duidelijkheid geven. Een definitieve tekst en vaste invoeringsdatum zijn er nog niet.
De bestaande beoordeling op basis van wetgeving en rechtspraak blijft daarom voorlopig belangrijk. Ook de handhaving door de Belastingdienst loopt door.
Wachten op nieuwe wetgeving is dus geen oplossing. Je huidige opdrachten moeten nu al passend zijn ingericht.
De Wet DBA in de zorg, ICT, bouw en zakelijke dienstverlening
Dezelfde juridische uitgangspunten gelden in iedere sector. De praktische aandachtspunten verschillen wel.
In de zorg zijn roosters, protocollen en samenwerking vaak noodzakelijk. Dat maakt iedere zelfstandige zorgverlener nog geen werknemer. Het wordt lastiger wanneer je zonder eigen keuze wordt ingepland, structureel dezelfde positie hebt als personeel en onder direct leidinggevend toezicht staat.
In de ICT zijn langdurige projecten gebruikelijk. Specialistische kennis, professionele vrijheid en verantwoordelijkheid voor een projectresultaat kunnen zelfstandigheid ondersteunen. Alleen langdurig aanwezig zijn binnen een scrumteam is minder sterk wanneer je feitelijk als gewone medewerker wordt aangestuurd.
In de bouw spelen eigen gereedschap, vervoer, aansprakelijkheid en werken voor een afgesproken resultaat vaak een duidelijke rol. Toch kan een zelfstandige vakman in loondienst blijken te werken wanneer hij jarenlang onder dezelfde voorman, planning en instructies werkt.
Bij marketing, communicatie en consultancy ontstaat risico wanneer een freelancer steeds verder opgaat in het interne team. Een externe specialist die zelfstandig advies levert staat sterker dan iemand die feitelijk een openstaande personeelsfunctie invult.
Wet DBA-check voor je lopende opdrachten
Begin niet bij je website, inschrijving bij KVK of het aantal klanten. Kijk eerst naar je dagelijkse opdracht.
Vraag jezelf af wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd. Controleer of je een duidelijk resultaat of project hebt afgesproken. Kijk daarna of je ruimte hebt om opdrachten te weigeren, je planning te beïnvloeden en zelfstandig over je tarief te onderhandelen.
Bespreek ook wat er gebeurt wanneer je een fout maakt, ziek wordt of meer tijd nodig hebt. Een ondernemer draagt normaal gesproken een deel van het commerciële risico. Dat betekent niet dat ieder risico volledig bij jou moet liggen, maar een volledig gegarandeerde positie lijkt sneller op loondienst.
Vergelijk daarna je contract met de werkelijkheid. Pas niet alleen de tekst aan. Verander vooral de samenwerking wanneer die te veel op een dienstverband lijkt.
Een praktisch stappenplan voor je volgende opdracht
Maak voor aanvang een duidelijke opdrachtomschrijving. Beschrijf niet alleen je functie, maar vooral het resultaat waarvoor je wordt ingehuurd.
Leg vast welke vrijheid je hebt bij de uitvoering. Geef ook aan welke afspraken noodzakelijk zijn vanwege veiligheid, wetgeving, bereikbaarheid of samenwerking met anderen.
Onderhandel aantoonbaar over je tarief en voorwaarden. Bewaar offertes en correspondentie waaruit blijkt dat sprake is van een zakelijke onderhandeling.
Maak tussentijds opnieuw de balans op. Een opdracht kan zelfstandig beginnen en later ongemerkt veranderen in een vaste interne functie.
Blijf daarnaast aan je onderneming werken. Onderhoud je website, netwerk en acquisitie. Investeer in kennis en voorzieningen die bij je vak horen. Dat is niet alleen goed voor de DBA-beoordeling, maar ook voor je commerciële onafhankelijkheid.
Laat complexe of risicovolle situaties beoordelen door een arbeidsrechtjurist of fiscalist. Dat geldt vooral wanneer je terugkeert bij een voormalige werkgever, bijna volledig afhankelijk bent van één klant of nauwelijks vrijheid hebt in je werk.
Conclusie over de Wet DBA 2026
De Wet DBA verbiedt langdurige opdrachten niet. Ook werken voor één opdrachtgever is niet automatisch schijnzelfstandigheid.
De kernvraag is hoe je echt werkt. Lever je een zelfstandige prestatie, bepaal je grotendeels je eigen aanpak en gedraag je je buiten de opdracht als ondernemer? Dan sta je sterker.
Werk je onder dezelfde leiding, planning en voorwaarden als werknemers? Dan kan een overeenkomst van opdracht onvoldoende zijn.
Sinds 1 januari 2025 kan de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid direct correcties en naheffingen opleggen. In 2026 zijn ook vergrijpboetes mogelijk bij opzet of grove schuld. Tegelijk worden dit jaar geen verzuimboetes opgelegd.
Gebruik 2026 daarom niet alleen om je contract te controleren. Bekijk ook je planning, communicatie, tariefafspraken, verantwoordelijkheden en positie binnen de organisatie. Juist daar wordt zichtbaar of je een opdracht uitvoert of feitelijk een baan vervult.
Veelgestelde vragen over de Wet DBA
Geldt de Wet DBA nog in 2026?
Ja. De Wet DBA geldt nog steeds. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volgens de normale regels.
Is de zachte landing in 2026 voorbij?
Niet volledig. De Belastingdienst kan correcties en naheffingen opleggen. Bij opzet of grove schuld zijn vergrijpboetes mogelijk. In 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd.
Moet je als zzp’er meerdere opdrachtgevers hebben?
Nee. Er bestaat geen wettelijk minimumaantal opdrachtgevers. Het aantal klanten is wel een omstandigheid die kan meewegen bij de totale beoordeling.
Hoelang mag je voor dezelfde opdrachtgever werken?
Daarvoor bestaat geen vaste wettelijke maximumduur. Een langdurige opdracht kan zelfstandig zijn, zolang de inhoud en uitvoering bij ondernemerschap passen.
Ben je boven €36 of €38 per uur automatisch zelfstandige?
Nee. Een hoger tarief geeft geen automatische zelfstandigheid. Het nieuwe rechtsvermoeden bij een laag tarief werkt alleen als bewijsregel voor de werkende. De wet is nog niet in werking getreden.
Kan een modelovereenkomst schijnzelfstandigheid voorkomen?
Alleen wanneer de dagelijkse praktijk aansluit op de overeenkomst. Een correct contract biedt geen bescherming als je feitelijk als werknemer werkt.
Wie betaalt een naheffing bij schijnzelfstandigheid?
De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de loonheffingen. Een deel van de loonbelasting kan onder omstandigheden op de werkende worden verhaald. Voor de zzp’er kunnen daarnaast correcties volgen bij de inkomstenbelasting en btw.