
Laatst inhoudelijk en juridisch gecontroleerd op 14 juli 2026.
De Wet DBA voor zzp’ers in 2026 zorgt nog steeds voor onzekerheid. Zelfstandig werken is niet verboden en ook langdurige opdrachten blijven mogelijk. Toch kan een samenwerking achteraf als loondienst worden gezien. Een overeenkomst van opdracht, KvK-inschrijving en maandelijkse factuur zijn daarvoor niet beslissend. De Belastingdienst en de rechter kijken vooral naar de dagelijkse praktijk. Bepaal jij zelf hoe je werkt, draag je ondernemersrisico en ben je zichtbaar actief als ondernemer? Of word je aangestuurd en behandeld als een medewerker in loondienst?
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op de kwalificatie van arbeidsrelaties. In 2026 geldt nog een gedeeltelijke zachte landing. De Belastingdienst legt dit jaar geen verzuimboetes op en begint een controle in beginsel met een bedrijfsbezoek. Correctieverplichtingen en naheffingen blijven echter mogelijk. Bij opzet of grove schuld kan sinds 1 januari 2026 ook een vergrijpboete volgen.
Voor jou als zzp’er betekent dit dat je niet alleen bij de start naar je contract moet kijken. Ook een opdracht die goed begint, kan later veranderen. Een tijdelijk project kan ongemerkt overgaan in een vaste functie. Je schuift steeds vaker aan bij interne overleggen, neemt werkzaamheden van werknemers over en krijgt taken van een manager. Op papier ben je dan nog steeds opdrachtnemer, terwijl de praktijk steeds meer op loondienst lijkt.
De Wet DBA verbiedt zzp-werk niet. De wet vraagt wel van jou en je opdrachtgever dat jullie de arbeidsrelatie goed beoordelen. Daarbij telt de feitelijke samenwerking zwaarder dan de titel van het contract.
In 2026 zijn correcties en naheffingen mogelijk. Verzuimboetes worden nog niet opgelegd. Vergrijpboetes zijn wel mogelijk bij opzet of grove schuld.
Er bestaat geen vaste regel dat je minimaal drie opdrachtgevers moet hebben. Ook een minimumduur of maximumduur voor een opdracht bestaat niet.
Een sterk contract helpt, maar alleen wanneer de dagelijkse praktijk ermee overeenkomt.
Wet DBA 2026: wat betekenen de regels voor zzp’ers?
DBA staat voor Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties. De Wet DBA trad op 1 mei 2016 in werking en verving de Verklaring Arbeidsrelatie, beter bekend als de VAR. Met een VAR kon een zelfstandige vooraf een verklaring aanvragen. Een opdrachtgever kreeg daarmee onder voorwaarden zekerheid over het niet hoeven afdragen van loonheffingen.
Dat systeem legde een groot deel van de verantwoordelijkheid bij de zelfstandige. Opdrachtgevers konden daardoor relatief eenvoudig mensen als zzp’er inhuren, ook wanneer de dagelijkse samenwerking sterk op een dienstverband leek.
Onder de Wet DBA beoordelen opdrachtgever en opdrachtnemer samen of iemand buiten loondienst kan werken. Op de informatiepagina over arbeidsrelaties van de Belastingdienst staat daarom nadrukkelijk dat beide partijen verantwoordelijk zijn voor de fiscale gevolgen van hun samenwerking.
De Wet DBA introduceerde geen volledig nieuwe definitie van een arbeidsovereenkomst. De bestaande regels uit het arbeidsrecht blijven leidend. De centrale vraag is nog steeds of sprake is van arbeid, loon en werken in dienst van een ander. De Wet DBA regelt vooral hoe opdrachtgever en opdrachtnemer met die beoordeling en de fiscale gevolgen omgaan.
Daarom bestaat er geen officieel DBA-keurmerk voor een opdracht. Ook de term “DBA-proof” kan een verkeerde indruk geven. Geen enkel document biedt volledige zekerheid wanneer de praktijk later anders blijkt te zijn.
Waarom 2026 anders is dan 2025
Het handhavingsmoratorium werd op 1 januari 2025 opgeheven. Tijdens dat moratorium trad de Belastingdienst meestal alleen op bij duidelijke kwaadwillendheid of wanneer een eerdere aanwijzing niet werd opgevolgd. Sinds 2025 gelden de normale regels weer.
Dat betekent dat de Belastingdienst bij schijnzelfstandigheid correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor de loonheffingen kan opleggen. Het uitgangspunt is dat correcties niet verder teruggaan dan 1 januari 2025. Voor eerdere perioden kan dat anders zijn bij kwaadwillendheid of een niet-opgevolgde aanwijzing.
Voor 2026 is een deel van de zachte landing verlengd. Volgens het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 begint de Belastingdienst in beginsel met een bedrijfsbezoek. Een bedrijfsbezoek is bedoeld om informatie te verzamelen en de opdrachtgever uitleg te geven. Het is geen formele hersteltermijn waarop iedere organisatie automatisch recht heeft.
Een gedeeltelijke zachte landing betekent niet dat de Belastingdienst in 2026 alleen waarschuwingen geeft.
Stelt de Belastingdienst vast dat een arbeidsrelatie verkeerd is beoordeeld, dan kunnen correcties en naheffingen volgen. Over 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd. Een vergrijpboete kan wel worden opgelegd wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Voor correcties die alleen betrekking hebben op 2025 blijven verzuim- en vergrijpboetes achterwege.
Een verzuimboete heeft meestal betrekking op het niet of niet op tijd naleven van een administratieve verplichting. Een vergrijpboete is zwaarder. Daarvoor moet sprake zijn van opzet of grove schuld. De opdrachtgever wist dan dat de constructie waarschijnlijk niet klopte, of heeft een duidelijk risico bewust genegeerd.
Wanneer is sprake van schijnzelfstandigheid?
Schijnzelfstandigheid ontstaat wanneer iemand als zelfstandig ondernemer wordt ingehuurd, terwijl de samenwerking juridisch gezien een arbeidsovereenkomst is. Het woord “schijn” verwijst naar het verschil tussen papier en praktijk.
Je kunt een eigen website hebben, facturen sturen en staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat zijn kenmerken van ondernemerschap, maar ze bepalen niet zelfstandig de uitkomst. De rechter kijkt naar alle omstandigheden rond de opdracht.
Stel dat je als zelfstandig communicatieadviseur vier dagen per week op kantoor werkt. Je krijgt iedere maand dezelfde vergoeding, gebruikt een intern e-mailadres en neemt deel aan personeelsgesprekken. Je manager verdeelt de werkzaamheden en moet toestemming geven voor vrije dagen. Je voert dezelfde taken uit als communicatieadviseurs in loondienst.
In dat voorbeeld stapelen de signalen van werknemerschap zich op. De opdrachtgever bepaalt niet alleen wat je moet opleveren, maar ook hoe je werkt en wanneer je beschikbaar bent. Je bent daarnaast sterk opgenomen in de organisatie.
Vergelijk dat met een communicatieadviseur die wordt ingehuurd om een nieuwe contentstrategie te ontwikkelen. De adviseur maakt een eigen planning, kiest een eigen onderzoeksmethode en levert binnen drie maanden een strategie, formats en implementatieplan op. De opdrachtgever beoordeelt het resultaat, maar stuurt de dagelijkse uitvoering niet aan. De adviseur werkt ook voor andere klanten en loopt risico wanneer extra uren nodig zijn.
Het tweede voorbeeld lijkt sterker op een zelfstandige opdracht. Toch blijft ook daar het totaalbeeld bepalend.
Arbeid, loon en gezag
Bij een arbeidsovereenkomst zijn meestal drie basiselementen aanwezig. Je verricht persoonlijk arbeid, je ontvangt daarvoor loon en je werkt onder gezag van de andere partij.
Over arbeid en loon ontstaat vaak weinig discussie. Een zzp’er verricht werk en krijgt daarvoor betaald. Het verschil zit meestal in de vraag of je in dienst van de opdrachtgever werkt. Daarbij wordt gekeken naar instructies, organisatorische inbedding, vrijheid, risico en de manier waarop partijen zich tegenover elkaar gedragen.
Een opdrachtgever mag kwaliteitseisen stellen. Een klant mag bijvoorbeeld eisen dat een website veilig werkt, dat een trainingsprogramma op tijd wordt geleverd of dat een medisch protocol wordt gevolgd. Zulke eisen maken een opdracht niet automatisch tot loondienst.
Het risico groeit wanneer de opdrachtgever zich als werkgever gedraagt. Denk aan dagelijkse taakverdeling, verlofgoedkeuring, functioneringsgesprekken en verplichte beschikbaarheid buiten de afgesproken opdracht. Ook het structureel opvangen van personele tekorten kan wijzen op inbedding in de organisatie.
De praktische vraag is daarom niet alleen of je instructies krijgt. De vraag is hoeveel ruimte je zelf behoudt om de opdracht als ondernemer uit te voeren.
De Deliveroo-criteria bepalen het totaalbeeld
De belangrijkste rechterlijke uitleg staat in het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2023. In deze zaak werden maaltijdbezorgers volgens hun contract als zelfstandigen ingehuurd. De rechter oordeelde dat zij toch op basis van arbeidsovereenkomsten werkten. De Hoge Raad liet dat oordeel in stand.
De Hoge Raad benadrukte dat alle omstandigheden gezamenlijk moeten worden bekeken. Eén gunstige afspraak, zoals een vervangingsmogelijkheid, beslist de zaak niet. Ook één risicovol kenmerk, zoals een langdurige opdracht, maakt je niet direct werknemer.
Bij de beoordeling kunnen onder meer de volgende punten meewegen:
- De aard en duur van de werkzaamheden.
- De manier waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald.
- De inbedding van het werk en de werkende in de organisatie.
- De vraag of je het werk persoonlijk moet uitvoeren.
- De manier waarop de overeenkomst tot stand kwam.
- De manier waarop je vergoeding wordt vastgesteld en uitbetaald.
- De hoogte van de vergoeding.
- Het commerciële risico dat je loopt.
- De mate waarin je je in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt.
Deze punten moeten in samenhang worden beoordeeld. Een IT-specialist kan bijvoorbeeld twaalf maanden voor één opdrachtgever werken en toch zelfstandig zijn. Dat wordt aannemelijker wanneer de specialist een duidelijk systeem oplevert, een eigen methodiek gebruikt, aansprakelijk is voor fouten en buiten de opdracht actief blijft als ondernemer.
Een IT-specialist die zonder eindresultaat in een intern ontwikkelteam wordt geplaatst, iedere ochtend aan een verplichte dagstart deelneemt en taken krijgt van een teamleider, heeft een zwakkere positie. Dat geldt ook wanneer het uurtarief hoog is. Een hoog tarief kan meewegen, maar herstelt een arbeidsrelatie die verder volledig op loondienst lijkt niet automatisch.
Ondernemerschap buiten de opdracht telt ook mee
In februari 2025 gaf de Hoge Raad in de Uber-zaak verdere uitleg. De Hoge Raad oordeelde dat er geen vaste rangorde bestaat tussen de omstandigheden uit Deliveroo. Het ondernemerschap van de werkende mag dus volwaardig meewegen. Daarbij kan ook worden gekeken naar omstandigheden buiten de directe relatie met één opdrachtgever.
Dit wordt vaak extern ondernemerschap genoemd. Het gaat bijvoorbeeld om de manier waarop jij klanten werft, investeert, tarieven bepaalt en risico draagt. Een eigen website is daarbij niet voldoende. Je totale marktgedrag telt.
Denk aan een fotograaf die eigen apparatuur koopt, opdrachten aanneemt van verschillende klanten en zelf aansprakelijk is voor een mislukte productie. Die fotograaf laat duidelijk ondernemersgedrag zien. Een fotograaf die jarenlang uitsluitend voor één uitgever werkt, vaste werkdagen heeft en interne toestemming nodig heeft voor iedere wijziging in de planning, staat zwakker.
Er bestaat geen wettelijke regel dat je minimaal drie opdrachtgevers moet hebben. Eén grote opdracht is dus niet automatisch verboden. Wanneer je langere tijd voor één klant werkt, is het wel verstandig dat andere kenmerken duidelijk op ondernemerschap wijzen.
Lees ook: Wanneer ben je echt zzp’er? Doe de praktische zelftoets
Bekijk voor meer achtergrond ook het Wet DBA-dossier van ZZPNews.
Praktijkvoorbeelden voor verschillende zzp’ers
De freelance marketeer
Een webshop huurt een freelance marketeer in om de e-mailomzet te verhogen. De marketeer onderzoekt klantgedrag, maakt nieuwe geautomatiseerde campagnes en levert na vier maanden een rapport met resultaten op. Zij werkt grotendeels op afstand en bepaalt zelf welke software en onderzoeksmethode zij gebruikt.
Dit wijst op zelfstandigheid. Er is een concreet doel, een eigen aanpak en een duidelijke looptijd.
Na vier maanden wordt de opdracht stilzwijgend verlengd. De marketeer krijgt iedere week taken van de marketingmanager, neemt het werk van zieke collega’s over en moet voor vrije dagen toestemming vragen. Zij wordt ook meegenomen in de personeelsplanning.
Dezelfde samenwerking is nu juridisch kwetsbaarder. Niet het oorspronkelijke contract, maar de veranderde praktijk vormt het risico. Een nieuwe opdrachtomschrijving helpt alleen als partijen de samenwerking ook werkelijk aanpassen.
De zelfstandig zorgprofessional
Een verpleegkundige werkt via een eigen onderneming voor meerdere zorginstellingen. Zij geeft zelf haar beschikbaarheid door, kan diensten weigeren en heeft een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Binnen een dienst moet zij protocollen van de instelling volgen.
Het volgen van medische en veiligheidsprotocollen betekent niet automatisch dat sprake is van werkgeversgezag. In de zorg zijn zulke regels noodzakelijk. De vraag is hoeveel ruimte de verpleegkundige buiten die protocollen heeft.
Het risico wordt groter wanneer zij structureel als vaste medewerker wordt ingeroosterd, geen diensten kan weigeren en door een leidinggevende wordt beoordeeld zoals het personeel. Ook het jarenlang invullen van een gewone formatieplaats kan een signaal zijn.
Een zelfstandige positie wordt sterker wanneer de professional aantoonbaar haar eigen beschikbaarheid, tarief en opdrachten bepaalt. Toch moet steeds worden beoordeeld of de werkzaamheden binnen de betreffende instelling werkelijk buiten loondienst kunnen worden verricht.
De interim-manager
Een interim-manager wordt voor acht maanden ingehuurd om een slecht functionerende afdeling te reorganiseren. Hij krijgt een duidelijke opdracht: processen herstellen, een nieuw teammodel invoeren en een opvolger inwerken. Hij rapporteert maandelijks aan de directie, maar bepaalt zelf hoe hij het traject uitvoert.
Een interim-manager kan door de aard van zijn werk bevoegdheden binnen de organisatie krijgen. Dat maakt hem niet automatisch werknemer. Het tijdelijke veranderdoel en de zelfstandige verantwoordelijkheid kunnen juist op ondernemerschap wijzen.
De situatie verandert wanneer de interim-manager na het project zonder nieuwe afbakening aanblijft. Hij wordt onderdeel van het gewone managementteam en vervult structureel een bestaande functie. De opdracht is dan niet langer gericht op een tijdelijk resultaat. Daardoor wordt de arbeidsrelatie moeilijker te onderscheiden van loondienst.
De webdesigner
Een webdesigner spreekt met een klant een vaste prijs af voor een nieuwe website. Hij gebruikt zijn eigen computer en software, kiest zijn eigen werktijden en herstelt fouten zonder extra kosten. De klant bepaalt welke functies nodig zijn, maar niet hoe de designer programmeert.
Dat commerciële risico past bij ondernemerschap. Werkt het project tegen, dan kan de webdesigner meer uren kwijt zijn dan begroot.
Een webdesigner die voor onbepaalde tijd op de IT-afdeling wordt geplaatst en iedere week tickets van een teamleider krijgt, werkt anders. Er is dan geen duidelijk projectresultaat meer. De opdrachtgever koopt feitelijk beschikbaarheid en arbeidscapaciteit in.
Modelovereenkomsten geven geen volledige bescherming
Modelovereenkomsten werden bij de invoering van de Wet DBA gepresenteerd als hulpmiddel voor opdrachtgevers en zelfstandigen. Een goedgekeurde overeenkomst kan nog steeds bruikbaar zijn, maar alleen wanneer zij past bij de opdracht en de praktijk.
De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten mogen tot en met 31 december 2029 worden gebruikt. De Belastingdienst waarschuwt daarbij dat zij alleen zekerheid geven wanneer partijen daadwerkelijk volgens de overeenkomst werken.
Staat in een overeenkomst dat jij volledig zelfstandig werkt, terwijl een manager je dagelijks instructies geeft? Dan biedt het contract geen bescherming tegen herkwalificatie.
Gebruik een overeenkomst daarom als beschrijving van de echte samenwerking. Leg in ieder geval vast welk resultaat je levert, welke verantwoordelijkheden je draagt en hoeveel vrijheid je hebt. Beschrijf ook de looptijd, aansprakelijkheid, betaling en voorwaarden voor beëindiging.
Neem niet zonder nadenken een vervangingsclausule op. Een theoretische mogelijkheid om iemand anders te sturen heeft weinig waarde wanneer vervanging in de praktijk onmogelijk is. In het Deliveroo-arrest bleek al dat een vervangingsmogelijkheid niet zelfstandig bepaalt of iemand werknemer is.
Wet DBA en loondienst: wat zijn de gevolgen?
De fiscale controle richt zich in eerste instantie op de opdrachtgever. Die partij had bij een arbeidsovereenkomst loonheffingen moeten inhouden en afdragen.
De Wet DBA bepaalt niet of jij jezelf ondernemer mag noemen, maar helpt bij de fiscale beoordeling van de arbeidsrelatie tussen jou en je opdrachtgever.
Bij een beoordeling achteraf kan de opdrachtgever alsnog aangiften loonheffingen moeten indienen of corrigeren. Ook kunnen premies werknemersverzekeringen, de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet en belastingrente verschuldigd zijn. De precieze gevolgen hangen af van de situatie en de vraag of de opdrachtgever te goeder trouw handelde.
Voor jou als zzp’er kunnen de gevolgen eveneens groot zijn. Wanneer een opdracht als loondienst wordt aangemerkt, ben je voor die werkzaamheden in beginsel geen ondernemer voor de inkomstenbelasting. De opdracht telt dan mogelijk niet mee voor de zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en mkb-winstvrijstelling. Kosten die alleen bij die opdracht horen, zijn dan mogelijk niet aftrekbaar als ondernemingskosten.
Ook de btw-behandeling kan veranderen. Over werkzaamheden in loondienst breng je geen btw in rekening. Heb je daarnaast geen andere zelfstandige activiteiten, dan kan dat gevolgen hebben voor je registratie als btw-ondernemer.
Daar staat tegenover dat een werkende die juridisch werknemer blijkt te zijn, mogelijk aanspraak kan maken op werknemersrechten. Denk aan loon tijdens ziekte, vakantiegeld, ontslagbescherming en aansluiting bij een verplicht pensioenfonds. Welke rechten daadwerkelijk gelden, hangt af van de feiten, de toepasselijke cao en eventuele procedures.
Ga er daarom niet vanuit dat alleen de opdrachtgever risico loopt. Herkwalificatie kan ook jouw belastingaangiften, btw-administratie en financiële planning raken.
Nieuw in 2026: rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
Na het schrijven van de oorspronkelijke versie van dit artikel is de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief definitief aangenomen. De Eerste Kamer stemde op 16 juni 2026 met het voorstel in. De wet werd op 29 juni 2026 gepubliceerd in het Staatsblad.
De wet voegt een nieuw artikel 7:610aa toe aan het Burgerlijk Wetboek. Werkt iemand tegen een vergoeding tot de wettelijke tariefgrens, dan kan een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst gelden. Het wordt dan aan de werkgevende om dat vermoeden te weerleggen.
Dit rechtsvermoeden is geen algemeen minimumtarief voor zzp’ers. Een opdracht onder de grens is ook niet automatisch verboden. Het verandert vooral de bewijspositie van een laagbetaalde werkende die stelt dat hij eigenlijk werknemer is.
In de wetstekst staat een basisbedrag van 36 euro per uur. Dat bedrag wordt geïndexeerd. In de parlementaire toelichting wordt voor 1 januari 2026 een grens van 38 euro genoemd. Het toepasselijke bedrag bij de eerste invoering moet nog bij ministeriële regeling worden vastgesteld.
De nieuwe wet over het rechtsvermoeden was op 14 juli 2026 wel gepubliceerd, maar nog niet in werking getreden.
De ingangsdatum moet bij koninklijk besluit worden bepaald. Behandel de tariefgrens daarom nog niet als een reeds geldende algemene zzp-regel. Controleer voor publicatie of latere actualisatie altijd of een ingangsdatum en definitief geïndexeerd bedrag bekend zijn.
De criteria voor de beoordeling van arbeidsrelaties verdwijnen door deze wet niet. Ook boven de tariefgrens kan sprake zijn van een arbeidsovereenkomst. Onder de grens kan een opdrachtgever het vermoeden proberen te weerleggen. De feiten van de samenwerking blijven dus relevant.
Zo verklein je het risico op schijnzelfstandigheid
Een losse clausule of administratieve handeling maakt een opdracht niet zelfstandig. Je moet het volledige samenwerkingsmodel beoordelen.
Begin met een concrete opdrachtomschrijving. “Ondersteuning van het marketingteam” beschrijft vooral beschikbare arbeid. “Ontwikkelen en implementeren van een e-mailstrategie voor klantbehoud” beschrijft een resultaat. Dat tweede past vaak beter bij een zakelijke opdracht.
Leg daarna vast welke ruimte je krijgt om dat resultaat te behalen. Een opdrachtgever mag deadlines, kwaliteit en functionele eisen bepalen. Jij moet binnen die grenzen voldoende vrijheid houden om je eigen aanpak, planning en hulpmiddelen te kiezen.
Kijk ook naar het financiële risico. Herstel je fouten voor eigen rekening? Heb je geïnvesteerd in software, apparatuur, opleiding of verzekeringen? Kun je verlies maken wanneer een project langer duurt? Zulke omstandigheden laten zien dat je niet alleen arbeid verkoopt, maar een onderneming voert.
Je tarief moet eveneens passen bij de kosten en risico’s van ondernemerschap. Een zelfstandig tarief moet ruimte bieden voor verzekeringen, pensioen, administratie, acquisitie, vakantie en ziekte. Een laag tarief bewijst niet automatisch dat je werknemer bent, maar kan samen met andere omstandigheden wel een zwakker beeld opleveren.
Blijf daarnaast zichtbaar op de markt. Onderhoud je website, portfolio en zakelijke netwerk. Benader nieuwe klanten en bewaar offertes en acquisitiecorrespondentie. Deze activiteiten zijn geen truc om een arbeidsrelatie te repareren. Ze kunnen wel aantonen dat je buiten één opdracht werkelijk als ondernemer handelt.
Controleer ten slotte regelmatig of de samenwerking nog klopt. De Belastingdienst adviseert opdrachtgevers en opdrachtnemers om dit niet alleen bij de start te doen. Een opdracht kan tijdens de looptijd veranderen.
Gebruik deze controle voor je grootste of langstlopende opdracht:
- De overeenkomst noemt een concreet resultaat of duidelijk project.
- Jij bepaalt binnen de afgesproken grenzen je eigen aanpak.
- Je hoeft geen verlof aan te vragen zoals een werknemer.
- Je wordt niet beoordeeld via een personeelscyclus.
- Je draagt een aantoonbaar financieel of commercieel risico.
- Je tarief past bij de kosten van zelfstandig ondernemerschap.
- Je bent ook buiten deze opdracht actief als ondernemer.
- De dagelijkse praktijk komt overeen met het contract.
- Je kunt uitleggen waarom jouw inzet tijdelijk of specialistisch is.
- Je bespreekt veranderingen in de samenwerking met de opdrachtgever.
Meerdere negatieve antwoorden betekenen niet automatisch dat sprake is van loondienst. Ze zijn wel een reden om de opdracht opnieuw te beoordelen.
Bij twijfel kan een opdrachtgever de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie gebruiken. De uitkomst is een indicatie en geen bindend besluit. Voor een complexe of financieel grote opdracht kan gericht advies van een arbeidsrechtjurist of fiscalist verstandiger zijn.
Veelgemaakte fouten bij de Wet DBA
Een veelgemaakte fout is dat partijen alleen de overeenkomst aanpassen. Ze verwijderen woorden als “leidinggevende” en “werkdagen”, maar veranderen niets aan de dagelijkse aansturing. Daarmee blijft het echte risico bestaan.
Een tweede fout is het kunstmatig toevoegen van ondernemerskenmerken. Een opdrachtgever verplicht de zzp’er bijvoorbeeld om een eigen laptop te gebruiken, terwijl alle werkzaamheden verder binnen het interne team plaatsvinden. Eén eigen bedrijfsmiddel weegt dan niet op tegen de rest van de samenwerking.
Ook werken via een besloten vennootschap lost schijnzelfstandigheid niet automatisch op. De Belastingdienst vermeldt in het handhavingsplan dat werken via een bv, vof of coöperatie een onjuiste kwalificatie niet uitsluit. De manier waarop de persoon feitelijk werkt, blijft van belang.
Een andere misvatting is dat iedere opdracht kort moet duren. Er bestaat geen wettelijke maximumduur. Een lang project kan zelfstandig zijn, terwijl een korte opdracht al op loondienst kan lijken. De duur telt mee, maar bepaalt de uitkomst niet alleen.
Tot slot denken sommige zzp’ers dat meerdere opdrachtgevers iedere opdracht automatisch veilig maken. Ook dat klopt niet. Je kunt voor vier klanten werken en bij één van die klanten toch een arbeidsovereenkomst hebben. Iedere arbeidsrelatie wordt afzonderlijk beoordeeld.
Conclusie: laat je contract en dagelijkse praktijk op elkaar aansluiten
De Wet DBA vraagt in 2026 vooral om een eerlijke vergelijking tussen je overeenkomst en de dagelijkse praktijk. De Wet DBA voor zzp’ers in 2026 draait niet om het verbieden van zelfstandig werk. De regels zijn bedoeld om onderscheid te maken tussen echte opdrachten en werk dat feitelijk in loondienst wordt uitgevoerd.
Je versterkt jouw positie niet met alleen een KvK-nummer, modelovereenkomst of hoog uurtarief. Het totaalbeeld moet bij ondernemerschap passen. Een duidelijk resultaat, vrijheid in de uitvoering, financieel risico en zichtbaar marktgedrag helpen daarbij.
Begin met je grootste of langstlopende opdracht. Lees niet alleen de overeenkomst, maar beschrijf hoe je in een gewone werkweek samenwerkt. Wie bepaalt jouw taken? Kun je werk weigeren? Moet je toestemming vragen voor afwezigheid? Lever je een eigen resultaat of vul je vooral een plaats in het team?
Bespreek kwetsbare punten daarna met je opdrachtgever. Maak de opdracht concreter en leg gewijzigde afspraken vast. Zorg vervolgens dat beide partijen ook werkelijk volgens die afspraken werken.
Wacht niet op een controle. Een opdracht die vandaag nog zelfstandig is, kan over enkele maanden anders zijn ingericht. Door regelmatig te beoordelen, voorkom je dat een tijdelijke opdracht ongemerkt verandert in een baan zonder arbeidscontract.
Meer weten over zelfstandig werken zonder verkapt dienstverband?
Lees de praktische zelftoets voor zzp’ers of bekijk alle artikelen in het Wet DBA-dossier.
Veelgestelde vragen over de Wet DBA voor zzp’ers in 2026
Is werken als zzp’er door de Wet DBA verboden?
Nee. De Wet DBA verbiedt zelfstandig werk niet. Je kunt nog steeds worden ingehuurd voor tijdelijke, specialistische en langdurige opdrachten. De samenwerking moet in de praktijk wel passen bij zelfstandig ondernemerschap. Wanneer je feitelijk onder gezag werkt en sterk bent ingebed in de organisatie, kan sprake zijn van loondienst.
Moet ik minimaal drie opdrachtgevers hebben?
Nee. Er bestaat geen wettelijke regel die zegt dat een zzp’er minimaal drie opdrachtgevers moet hebben. Eén opdrachtgever kan wel tot extra aandacht leiden, vooral wanneer die opdracht lang duurt. Je kunt jouw zelfstandigheid dan op andere punten laten zien, zoals een eigen aanpak, ondernemersrisico, actieve acquisitie en een duidelijk afgebakende opdracht.
Hoelang mag ik voor dezelfde opdrachtgever werken?
Er is geen vaste maximumduur. Je kunt meerdere jaren aan een zelfstandig project werken wanneer de overige omstandigheden bij ondernemerschap passen. Naarmate een opdracht langer duurt, groeit wel het risico dat je werkzaamheden structureel onderdeel worden van de organisatie. Controleer daarom regelmatig of de oorspronkelijke opdracht nog bestaat.
Is een modelovereenkomst voldoende om schijnzelfstandigheid te voorkomen?
Nee. Een modelovereenkomst biedt alleen ondersteuning wanneer de overeenkomst bij de opdracht past en beide partijen ernaar handelen. De Belastingdienst beoordeelt sinds 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modellen mogen onder voorwaarden tot eind 2029 worden gebruikt.
Mag mijn opdrachtgever mij instructies geven?
Ja. Een opdrachtgever mag eisen stellen aan het resultaat, de planning, veiligheid en kwaliteit. Ook aanwijzingen binnen een opdracht zijn niet automatisch verboden. Het risico neemt toe wanneer de opdrachtgever jouw dagelijkse werkzaamheden op dezelfde manier aanstuurt als bij werknemers.
Kan ik schijnzelfstandigheid voorkomen door via een bv te werken?
Niet automatisch. Een bv kan om fiscale, juridische of commerciële redenen passend zijn, maar verandert niet vanzelf de feitelijke arbeidsrelatie. Wanneer jij persoonlijk onder gezag werkt en onderdeel bent van de organisatie, kan de constructie alsnog worden onderzocht.
Geldt in 2026 een verplicht minimumtarief voor zzp’ers?
Er geldt vanuit de Wet DBA geen algemeen minimumtarief. De nieuwe wet over het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is wel aangenomen en gepubliceerd. Deze wet verandert de bewijspositie van werkenden onder een bepaalde tariefgrens. Op 14 juli 2026 moest de ingangsdatum nog bij koninklijk besluit worden bepaald.
Wie krijgt een naheffing bij schijnzelfstandigheid?
De opdrachtgever is verantwoordelijk voor het inhouden en afdragen van loonheffingen wanneer sprake is van loondienst. Daarom richt een naheffing loonheffingen zich in eerste instantie op de opdrachtgever. Voor de zzp’er kunnen wel gevolgen ontstaan voor de inkomstenbelasting, btw en toegepaste ondernemersregelingen.
Krijg je in 2026 eerst een waarschuwing?
Niet automatisch. De Belastingdienst begint in 2026 in beginsel met een bedrijfsbezoek, maar dat is geen wettelijke hersteltermijn. Bij een onjuiste kwalificatie kunnen correcties en naheffingen volgen. Verzuimboetes worden over 2026 niet opgelegd. Vergrijpboetes zijn bij opzet of grove schuld wel mogelijk.
Kan ik zelf bepalen of ik werknemer of zzp’er ben?
Nee. Jouw voorkeur en de titel van het contract zijn niet beslissend. Ook een opdrachtgever kan niet eenzijdig bepalen dat je zelfstandige bent. De rechten, verplichtingen en feitelijke uitvoering bepalen samen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt gekwalificeerd.