
Bij vastgestelde schijnzelfstandigheid ligt de fiscale rekening voor de loonheffingen in eerste instantie meestal bij de opdrachtgever. Die kan aangiften moeten corrigeren of een naheffingsaanslag krijgen. In 2026 legt de Belastingdienst voor een verkeerde kwalificatie van de arbeidsrelatie geen verzuimboetes op. Een vergrijpboete kan bij opzet of grove schuld wel mogelijk zijn. De zzp’er kan daarnaast eigen fiscale, arbeidsrechtelijke en financiële gevolgen ondervinden.
In nieuwsberichten wordt het woord ‘boete’ vaak gebruikt voor iedere financiële tegenvaller rond de Wet DBA. Juridisch klopt dat niet. Een naheffing is belasting of premie die alsnog betaald moet worden. Een boete is een aanvullende sanctie. Dat verschil bepaalt niet alleen hoe de rekening is opgebouwd, maar ook welke partij waarvoor kan worden aangesproken.
Wie betaalt de boete bij schijnzelfstandigheid? De opdrachtgever krijgt doorgaans de correctie of naheffing van loonheffingen. Dat is op zichzelf geen boete. In 2026 kan bij opzet of grove schuld daarnaast een vergrijpboete volgen. De zzp’er kan gevolgen ondervinden voor de inkomstenbelasting, btw en mogelijke arbeidsrechten. De precieze uitkomst hangt altijd af van de concrete arbeidsrelatie.
Dit artikel is inhoudelijk gecontroleerd op basis van de officiële informatie die beschikbaar was op 14 juli 2026.
Krijg je in 2026 een boete bij schijnzelfstandigheid?
Sinds 1 januari 2025 geldt het handhavingsmoratorium niet meer. De Belastingdienst kan daardoor weer direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als een arbeidsrelatie volgens de feiten als dienstbetrekking moet worden behandeld. Een voorafgaande aanwijzing is niet meer vereist.
De zachte landing is in 2026 gedeeltelijk verlengd. Volgens het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026 legt de Belastingdienst over 2026 geen verzuimboete op voor een onjuiste kwalificatie van de arbeidsrelatie en begint een onderzoek in beginsel met een bedrijfsbezoek. Dat betekent niet dat er niet wordt gehandhaafd. Correcties en naheffingen blijven mogelijk.
Vanaf 1 januari 2026 gelden wel de normale regels voor vergrijpboetes. Daarvoor moet sprake zijn van opzet of grove schuld. Voor correcties die betrekking hebben op 2025 blijft de boetevrije zachte landing gelden: daarvoor wordt wegens de onjuiste kwalificatie geen verzuim- of vergrijpboete opgelegd.
Let op: ‘In 2026 zijn er geen boetes’ is dus onjuist. Verzuimboetes voor deze kwalificatiefout blijven achterwege, maar een vergrijpboete kan bij voldoende verwijtbaarheid wel volgen. Een correctie of naheffing kan ook zonder boete een forse rekening opleveren.
Wil je eerst begrijpen wanneer een opdracht als loondienst kan worden gezien? Lees dan de uitleg over de Wet DBA in 2026 of doe de zelftoets voor zelfstandigen.
Naheffing en boete zijn niet hetzelfde
| Begrip | Wat betekent het? | Voor wie? | Mogelijk in 2026? | Belangrijke nuance |
|---|---|---|---|---|
| Correctieverplichting | Eerdere aangiften loonheffingen moeten worden hersteld. | Opdrachtgever die als werkgever wordt behandeld. | Ja | Een correctie is geen straf. |
| Naheffingsaanslag | Niet of te weinig betaalde loonheffingen worden alsnog geïnd. | In eerste instantie de opdrachtgever. | Ja | De rekening kan uit meerdere soorten belasting en premies bestaan. |
| Belastingrente | Rente over belasting die te laat is betaald. | Degene die de aanslag krijgt. | Ja | Dit kan de totale rekening verhogen, maar is geen boete. |
| Verzuimboete | Sanctie voor het niet, onjuist of te laat nakomen van een fiscale verplichting, zonder dat opzet hoeft te worden bewezen. | Normaal de belastingplichtige of inhoudingsplichtige. | Nee, niet over 2026 voor de onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties. | De uitzondering geldt specifiek binnen deze handhaving. |
| Vergrijpboete | Sanctie bij opzet of grove schuld. | De partij aan wie de fiscale tekortkoming met voldoende verwijtbaarheid wordt toegerekend. | Ja, voor de kwalificatie vanaf 2026. | Volgt niet automatisch uit een andere beoordeling door de Belastingdienst. |
Wie betaalt de naheffing bij schijnzelfstandigheid?
Wordt de opdrachtgever voor deze arbeidsrelatie als werkgever aangemerkt, dan moet deze alsnog aangifte loonheffingen doen of eerdere aangiften corrigeren. De Belastingdienst noemt voor de opdrachtgever drie hoofdonderdelen:
- loonbelasting en premie volksverzekeringen;
- premies werknemersverzekeringen;
- de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
Bij een losse correctie kan een naheffingsaanslag volgen, mogelijk met belastingrente. Een eventuele vergrijpboete staat daar los van. De hoogte van de loonheffingencorrectie hangt onder meer af van de betaalde vergoeding, de onderzochte periode, de toepasselijke premies, het maximumpremieloon, de administratie en de vraag of de opdrachtgever te goeder trouw was.
De Belastingdienst maakt daarbij een belangrijk onderscheid. Was de opdrachtgever te goeder trouw, dan worden normale tarieven en maxima toegepast. Had de opdrachtgever kunnen weten dat feitelijk in loondienst werd gewerkt, dan kan voor de loonbelasting en premie volksverzekeringen het tarief van 52 procent gelden en kunnen bepaalde maxima buiten toepassing blijven. Een concrete berekening vraagt daarom om meer informatie dan alleen het uurtarief en het aantal gewerkte uren.
Kan de opdrachtgever de rekening verhalen op de zzp’er?
Niet ieder onderdeel van de naheffing kan op dezelfde manier worden verhaald. Volgens de actuele uitleg voor opdrachtnemers kan de opdrachtgever de zzp’er vragen de loonbelasting en premie volksverzekeringen terug te betalen. Als daarover al definitief inkomstenbelasting is betaald, moet dubbele heffing worden voorkomen.
De premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw komen in beginsel voor rekening van de opdrachtgever. De opdrachtnemer hoeft de Zvw-werkgeversheffing niet terug te betalen en de meeste werknemerspremies evenmin. Voor maximaal 50 procent van de premie Werkhervattingskas kan verhaal wel aan de orde zijn. De opdrachtgever kan ook vragen om belastingrente te vergoeden.
Contractuele afspraken, een netto-afspraak en de arbeidsrechtelijke bescherming van een werknemer kunnen de uitkomst beïnvloeden. Een bepaling waarin ‘alle belastingen en premies’ bij de zzp’er worden gelegd, is daarom niet automatisch volledig afdwingbaar. Laat bij een echte naheffing afzonderlijk beoordelen welke bedragen fiscaal en arbeidsrechtelijk verhaald mogen worden.
Kan een zzp’er zelf een boete krijgen?
De controle op arbeidsrelaties richt zich voor de loonheffingen primair op de opdrachtgever. Dat betekent niet dat de zzp’er buiten beeld blijft. De Belastingdienst kan de eigen aangifte inkomstenbelasting of btw beoordelen. Inkomsten uit de opdracht kunnen anders worden gekwalificeerd, ondernemersaftrek kan worden gecorrigeerd en belastingrente kan volgen.
Een bestuurlijke boete voor een onjuiste eigen aangifte is alleen mogelijk als aan de voorwaarden voor die boete is voldaan. Bij een vergrijpboete moet de inspecteur opzet of grove schuld bewijzen. Een andere juridische beoordeling van een ingewikkelde arbeidsrelatie betekent niet automatisch dat de zzp’er fraude heeft gepleegd.
Daarnaast kan de opdracht eindigen, kan al gefactureerde btw moeten worden hersteld en kan discussie ontstaan over bedragen die de opdrachtgever wil verhalen. Deze gevolgen treden niet vanzelf allemaal tegelijk op.
Moet een zzp’er de zelfstandigenaftrek terugbetalen?
Een arbeidsrelatie die achteraf loondienst blijkt te zijn, telt in beginsel niet mee als ondernemersactiviteit voor de inkomstenbelasting. Kosten voor die opdracht zijn dan mogelijk niet aftrekbaar en de inkomsten tellen niet mee voor onder meer de zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en mkb-winstvrijstelling.
Dat betekent niet automatisch dat iemand voor het hele jaar geen ondernemer was. De Belastingdienst beoordeelt de totale activiteiten, andere opdrachtgevers, het urencriterium en de samenhang tussen de werkzaamheden. In uitzonderingsgevallen kan een opdracht in loondienst toch meetellen als ondernemersactiviteit wanneer die sterk samenhangt met het overige ondernemerswerk én daaraan ondergeschikt is.
De werkelijke correctie kan dus variëren van een aanpassing van één opdracht tot verlies van een aftrekpost voor het hele jaar. Dat moet per belastingjaar worden berekend.
Hoe ver kan de Belastingdienst teruggaan?
Bij de reguliere handhaving gaat de Belastingdienst tot 2030 voor de kwalificatie van arbeidsrelaties in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of wanneer een vóór die datum gegeven aanwijzing niet voldoende is opgevolgd, kan binnen de wettelijke termijn tot vijf jaar worden teruggegaan.
Voorbeeld: een opdrachtgever wordt in oktober 2026 gecontroleerd. Bij een gewone kwalificatiefout kunnen correcties betrekking hebben op de relevante tijdvakken vanaf 1 januari 2025. Was vóór 2025 sprake van bewezen kwaadwillendheid of is een oude aanwijzing genegeerd, dan kunnen ook oudere tijdvakken binnen de vijfjaarstermijn in beeld komen. De controledatum alleen bepaalt dus niet de volledige periode.
Wat betekent kwaadwillendheid bij de Wet DBA?
Voor de periode waarin het handhavingsmoratorium gold, moest de Belastingdienst bij kwaadwillendheid drie zaken bewijzen: een echte of fictieve dienstbetrekking, evidente schijnzelfstandigheid en opzettelijke schijnzelfstandigheid. Een verkeerde inschatting alleen is niet genoeg.
Risicosignalen zijn bijvoorbeeld een eerdere aanwijzing bewust negeren, een werknemer ontslaan en direct vrijwel hetzelfde werk als zzp’er laten doen, of een contract gebruiken dat duidelijk niet overeenkomt met de praktijk. Ook het bewust negeren van concrete waarschuwingen van een adviseur kan meewegen. Geen van deze signalen bewijst op zichzelf kwaadwillendheid; het gaat om alle feiten en het beschikbare bewijs.
Wanneer kan een vergrijpboete worden opgelegd?
Een vergrijpboete vraagt om meer verwijtbaarheid dan een administratieve fout. Bij opzet heeft iemand bewust onjuist gehandeld. Voorwaardelijke opzet kan spelen wanneer iemand bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat te weinig belasting wordt betaald. Grove schuld is een ernstige mate van nalatigheid. Een begrijpelijke vergissing of een goed onderbouwd, pleitbaar standpunt is iets anders.
De algemene boete-informatie van de Belastingdienst noemt als uitgangspunt 50 procent van de verzwegen belasting bij opzet en 25 procent bij grove schuld. De uiteindelijke boete hangt echter af van de precieze wettelijke grondslag, het fiscale nadeel, de verwijtbaarheid en verzwarende of verzachtende omstandigheden. De inspecteur draagt de bewijslast. Daarom is geen algemeen boetebedrag voor schijnzelfstandigheid te noemen.
Welke arbeidsrechtelijke claims kunnen ontstaan?
Fiscale handhaving en arbeidsrecht zijn verschillende routes. De Belastingdienst kent geen achterstallig loon of vakantiegeld toe. Maar als juridisch sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan de werkende zelf onderzoeken of aanspraken bestaan op bijvoorbeeld achterstallig loon, minimumloon, vakantiegeld, betaalde vakantiedagen, loon tijdens ziekte, cao-toeslagen, ontslagbescherming of een transitievergoeding.
Of zo’n claim slaagt, hangt af van de feiten, de toepasselijke cao, verjaringstermijnen en wat al is betaald. Ook kan verrekening een rol spelen. De werkende zal de aanspraak meestal zelf bij de opdrachtgever moeten neerleggen en zo nodig via de rechter afdwingen.
Wie betaalt de pensioenpremies?
Valt de werkende achteraf als werknemer onder de werkingssfeer van een verplicht bedrijfstakpensioenfonds, dan kan het fonds pensioenpremies claimen. Dat kan met terugwerkende kracht en mogelijk met rente of kosten. Dat terugwerkende kracht werkelijk financieel gewicht kan hebben, blijkt onder meer uit de pensioenprocedure rond Deliveroo. De opdrachtgever loopt doorgaans het eerste incassorisico, maar de verdeling van een werknemersdeel en werkgeversdeel hangt af van het pensioenreglement, de arbeidsovereenkomst en de omstandigheden.
Niet iedere branche kent dezelfde pensioenregeling. Eerst moet worden vastgesteld of de werkzaamheden en de organisatie onder de werkingssfeer van een fonds vallen. Werken via een bv, intermediair of platform sluit dit risico niet automatisch uit.
Rekenvoorbeeld van een naheffing
Een zelfstandige ontvangt achttien maanden lang € 4.000 per maand exclusief btw. De totale vergoeding is € 72.000. Na onderzoek wordt de relatie voor die periode als dienstbetrekking behandeld. De opdrachtgever moet de relevante aangiften loonheffingen corrigeren. De rekening kan bestaan uit loonbelasting en premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, de Zvw-bijdrage en belastingrente.
Daarbovenop kunnen advieskosten, salarisadministratie, een arbeidsrechtelijke claim of pensioenpremies spelen. Een vergrijpboete is een afzonderlijke sanctie en volgt niet automatisch. Dit is geen officiële berekening en geen indicatie van wat de Belastingdienst in iedere zaak oplegt. Zonder gegevens over tarieven, heffingskortingen, premiegrenzen, goede trouw en eerdere belastingbetalingen is een betrouwbare nettobrutoberekening niet mogelijk.
Vier praktijksituaties en hun financiële risico
1. Freelancer werkt mee als gewone werknemer
Een freelancer werkt al twee jaar onder dezelfde manager, volgt het teamrooster en doet hetzelfde werk als werknemers. Aansturing, inbedding en duur wijzen op een verhoogd risico. De opdrachtgever kan loonheffingen moeten corrigeren; de werkende kan fiscale correcties en mogelijke arbeidsrechten hebben. Nodig zijn onder meer het contract, de dagelijkse instructies, de vrijheid om werk te weigeren en het ondernemersrisico. Een herbeoordeling kan niet wachten tot het contract afloopt.
2. Zelfstandig consultant levert een project op
Een consultant spreekt een concreet resultaat en een opleverdatum af, bepaalt zelf de aanpak, gebruikt eigen middelen en is aansprakelijk voor herstel van fouten. Dat wijst eerder op zelfstandigheid. Wel moeten prijsafspraken, vervangbaarheid, andere opdrachtgevers en de feitelijke aansturing worden bekeken. Leg vast hoe het ondernemersrisico werkelijk wordt gedragen en controleer of de praktijk zo blijft.
3. Voormalige werknemer keert terug als zzp’er
Een werknemer gaat uit dienst en keert een maand later terug voor vrijwel hetzelfde werk, op dezelfde tijden en onder dezelfde leiding. Dat is een duidelijk risicosignaal voor schijnzelfstandigheid en kan bij bewuste constructie ook relevant zijn voor verwijtbaarheid. Zowel loonheffingen, arbeidsclaims als pensioenpremies kunnen spelen. Alleen een nieuwe opdrachtovereenkomst of factuur verandert de dagelijkse werkelijkheid niet.
4. Zzp’ers in het vaste zorgrooster
Een zorginstelling zet zelfstandigen structureel in het normale rooster, met protocollen en teamleiding die ook voor werknemers gelden. Protocollen vanuit wet- en regelgeving betekenen niet automatisch werkgeversgezag, maar personeelsachtige aansturing en structurele inbedding verhogen het risico. Onderzoek welke vrijheid de zorgprofessional werkelijk heeft, wie verantwoordelijk is voor kwaliteit en herstel, en of een verplicht pensioenfonds of cao van toepassing kan zijn. Lees daarnaast het toekomstige dossier over de Wet DBA in de zorg.
Voorkomt een modelovereenkomst een boete?
Een modelovereenkomst is niet altijd verplicht en biedt alleen zekerheid als partijen daadwerkelijk werken zoals daarin staat. De Belastingdienst beoordeelt geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modellen mogen volgens de actuele regeling nog tot en met 31 december 2029 worden gebruikt.
Een vervangingsclausule helpt weinig als de persoon zich in werkelijkheid niet mag laten vervangen. Ook een uitvoerige overeenkomst voorkomt geen naheffing wanneer dagelijkse leiding, persoonlijke arbeid, beloning en overige omstandigheden samen op loondienst wijzen. Meer praktische uitleg volgt in het artikel over de modelovereenkomst onder de Wet DBA.
Wat gebeurt er tijdens een controle?
In 2026 begint de Belastingdienst bij deze handhaving in beginsel met een bedrijfsbezoek. Dat is bedoeld om informatie te verzamelen en uitleg te geven. Afhankelijk van de signalen kan daarna een informatieverzoek of boekenonderzoek volgen. De Belastingdienst kan kijken naar overeenkomsten, facturen, roosters, urenregistraties, betaalstromen, e-mails, instructies, projectdocumentatie en de verhouding tot werknemers.
Ook de duur van de samenwerking, ondernemersrisico, vervanging en gesprekken met betrokkenen kunnen relevant zijn. Een onderzoek kan leiden tot een standpunt, correctieverplichting of naheffingsaanslag. Tegen een formele beslissing kan bezwaar en daarna beroep mogelijk zijn. Lees voor een uitgebreid procesoverzicht straks wat er gebeurt bij een controle door de Belastingdienst.
Wat moet je doen als de Belastingdienst vragen stelt?
- Lees voor welke arbeidsrelatie en periode informatie wordt gevraagd.
- Verzamel het contract en alle aanvullingen.
- Beschrijf de feitelijke werkwijze eerlijk en concreet.
- Bewaar facturen, planningen, correspondentie en projectdocumentatie.
- Verander of verwijder achteraf geen documenten.
- Breng fiscale, arbeidsrechtelijke en pensioenrisico’s apart in kaart.
- Laat belangrijke antwoorden vooraf controleren door een deskundige.
- Reageer volledig en binnen de gestelde termijn.
- Controleer iedere correctie en berekening inhoudelijk.
- Maak tijdig bezwaar als daarvoor gronden bestaan.
De algemene bezwaartermijn is doorgaans zes weken na de datum van de aanslag of beslissing. Controleer altijd de rechtsmiddelenverwijzing op de ontvangen brief; een inhoudelijke reactie op vragen is nog niet hetzelfde als bezwaar tegen een aanslag.
Zo verklein je het risico op naheffingen en boetes
- Beoordeel iedere arbeidsrelatie vóór de start.
- Gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie als hulpmiddel, niet als bindende uitspraak.
- Kijk naar de praktijk en niet alleen naar het contract.
- Omschrijf een concreet resultaat waar dat bij het werk past.
- Voorkom dagelijkse aansturing alsof de zzp’er werknemer is.
- Leg ondernemersrisico vast en laat het ook werkelijk bestaan.
- Beoordeel langdurige opdrachten regelmatig opnieuw.
- Documenteer waarom de gekozen contractvorm bij de feiten past.
- Pas de samenwerking aan als de praktijk afwijkt van de afspraken.
- Laat risicovolle constructies fiscaal en arbeidsrechtelijk beoordelen.
- Reserveer financieel wanneer een correctierisico serieus is.
- Wijzig of beëindig de samenwerking als zelfstandige uitvoering feitelijk niet mogelijk is.
Werk je langdurig voor één klant? Dat is niet automatisch verboden, maar vraagt wel extra aandacht voor het totaalbeeld. Lees daarom ook wat geldt als je als zzp’er voor één opdrachtgever werkt. Voor opdrachtgevers komt er daarnaast een apart overzicht van de Wet DBA-risico’s bij het inhuren van zzp’ers.
Checklist financieel risico Wet DBA
- Werkt de zzp’er onder directe dagelijkse leiding?
- Doet de zzp’er hetzelfde werk als werknemers?
- Moet de zzp’er verlof aanvragen?
- Is de vergoeding vooral gebaseerd op aanwezigheid in plaats van resultaat?
- Loopt de zzp’er financieel risico bij fouten of vertraging?
- Kan de zzp’er opdrachten of werkzaamheden weigeren?
- Klopt de dagelijkse praktijk met het contract?
- Is de samenwerking recent opnieuw beoordeeld?
- Is de afweging voor zelfstandigheid gedocumenteerd?
- Is er een eerdere waarschuwing of aanwijzing geweest?
- Is concreet advies over de constructie genegeerd?
- Is rekening gehouden met mogelijke loonheffingen?
- Kan een verplicht pensioenfonds van toepassing zijn?
- Bestaan er mogelijke loon-, vakantie- of ziekteclaims?
- Is duidelijk wie verantwoordelijk is voor herstel van fouten?
- Heeft de werkende aantoonbare ondernemersactiviteiten buiten deze opdracht?
- Is de samenwerking ontstaan na een eerder dienstverband?
Veel risicosignalen betekenen niet automatisch dat een boete volgt, maar zijn wel reden om de arbeidsrelatie snel en professioneel te laten beoordelen.
Geldende regels, aangenomen wetgeving en politieke voorstellen
De hiervoor beschreven handhaving, correcties en boeteregels gelden in 2026. Ze zijn niet afhankelijk van een nieuwe zzp-wet. De kwalificatie blijft gebaseerd op het bestaande arbeidsrecht en de feiten en omstandigheden, zoals uitgewerkt in rechtspraak.
Het verduidelijkingsdeel van het oorspronkelijke wetsvoorstel Vbar is geschrapt. Het afgesplitste rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief is inmiddels wél aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en op 29 juni 2026 als wet in het Staatsblad gepubliceerd. De beoogde grens is € 38 per uur, met een wettelijke indexatiemethode.
Deze aangenomen wet is op de controledatum nog niet in werking getreden. Daarvoor is een afzonderlijk koninklijk besluit nodig. Na inwerkingtreding krijgt het rechtsvermoeden uitsluitend civielrechtelijke werking: een werkende onder de toepasselijke tariefgrens kan zich erop beroepen, waarna de werkgevende het vermoeden moet weerleggen. De Belastingdienst toetst niet aan dit uurtarief. De wet verandert daarom niet de hiervoor beschreven regels voor de boete Wet DBA 2026. De aangekondigde Zelfstandigenwet is nog een politiek voornemen en geen geldende wet.
Veel gestelde vragen
Krijgt een zzp’er zelf een boete bij schijnzelfstandigheid?
De loonheffingencorrectie ligt meestal bij de opdrachtgever. De zzp’er kan wel te maken krijgen met correcties van de inkomstenbelasting of btw. Een eigen vergrijpboete is alleen mogelijk als bij de eigen aangifte bijvoorbeeld opzet of grove schuld wordt bewezen.
Krijgt de opdrachtgever in 2026 automatisch een boete?
Nee. Een correctie of naheffing is geen boete. In 2026 worden voor de verkeerde kwalificatie van een arbeidsrelatie geen verzuimboetes opgelegd. Een vergrijpboete kan alleen volgen als sprake is van opzet of grove schuld.
Wat is het verschil tussen een boete en een naheffing?
Een naheffing int belasting en premies die eerder betaald hadden moeten worden. Een boete is een aanvullende sanctie wegens een overtreding. Een naheffing kan daarom ook worden opgelegd zonder dat iemand fraude heeft gepleegd.
Worden in 2026 verzuimboetes opgelegd?
Niet voor de onjuiste kwalificatie van arbeidsrelaties waarop de handhaving rond schijnzelfstandigheid betrekking heeft. Correcties, naheffingsaanslagen en belastingrente blijven wel mogelijk.
Wanneer kan een vergrijpboete worden opgelegd?
Een vergrijpboete kan worden opgelegd wanneer de Belastingdienst opzet of grove schuld bewijst. Een begrijpelijke vergissing of een juridisch verdedigbaar standpunt leidt niet automatisch tot zo’n boete.
Hoeveel jaar kan de Belastingdienst teruggaan?
Bij reguliere handhaving gaat de Belastingdienst binnen het ingroeimodel in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of het niet opvolgen van een eerdere aanwijzing kan binnen de wettelijke termijn tot vijf jaar worden teruggegaan.
Moet een zzp’er de zelfstandigenaftrek terugbetalen?
Niet automatisch voor de volledige onderneming. De betreffende opdracht kan buiten de ondernemersactiviteiten vallen, maar daarnaast moeten onder meer andere opdrachten, het urencriterium en het ondernemerschap over het hele jaar worden beoordeeld.
Kan een opdrachtgever loonheffingen verhalen op de zzp’er?
De opdrachtgever kan onder voorwaarden loonbelasting en premie volksverzekeringen terugvragen. Werkgeverspremies en de werkgeversheffing Zvw kunnen meestal niet volledig worden verhaald. De precieze uitkomst vraagt om een fiscale en arbeidsrechtelijke beoordeling.
Beschermt een modelovereenkomst tegen een naheffing?
Alleen als de feitelijke samenwerking overeenkomt met de modelovereenkomst. Een contract biedt geen bescherming wanneer in de praktijk toch onder werkgeversgezag en als onderdeel van de organisatie wordt gewerkt.
Kan een zzp’er achteraf vakantiegeld claimen?
Mogelijk, als juridisch wordt vastgesteld dat sprake was van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst kent dit niet automatisch toe. De werkende moet de arbeidsrechtelijke aanspraak afzonderlijk onderzoeken en eventueel opeisen.
Wie betaalt achterstallige pensioenpremies?
Een verplicht bedrijfstakpensioenfonds kan de opdrachtgever aanspreken wanneer de werkende onder de werkingssfeer van het fonds blijkt te vallen. De verdeling van het werkgevers- en werknemersdeel hangt af van de regeling en de concrete omstandigheden.
Helpt werken via een bv of intermediair?
Niet automatisch. De juridische vorm of aanwezigheid van een tussenpersoon sluit schijnzelfstandigheid niet uit. De feitelijke arbeidsrelatie en eventueel de volledige keten blijven bepalend.
Wat moet je doen na een brief van de Belastingdienst?
Controleer over welke arbeidsrelatie en periode vragen worden gesteld, verzamel de volledige administratie en beschrijf eerlijk hoe werkelijk werd gewerkt. Laat belangrijke antwoorden en mogelijke financiële risico’s vooraf controleren.
Kun je bezwaar maken tegen een naheffingsaanslag?
Ja, wanneer je het niet eens bent met de kwalificatie, periode of berekening. De bezwaartermijn is doorgaans zes weken na de datum van de aanslag. Controleer altijd de informatie die bij de aanslag staat.
Conclusie: de rekening bestaat uit meer dan een boete
Bij schijnzelfstandigheid ligt de loonheffingencorrectie meestal eerst bij de opdrachtgever. Een naheffing is geen boete. In 2026 zijn er voor deze kwalificatiefout geen verzuimboetes, maar bij opzet of grove schuld kan wel een vergrijpboete volgen. De zzp’er kan daarnaast te maken krijgen met correcties in de inkomstenbelasting en btw, verhaal van bepaalde bedragen en mogelijke arbeidsrechtelijke gevolgen.
Arbeidsrechtelijke claims en pensioenpremies kunnen boven op de fiscale rekening komen. Een contract, bv of intermediair biedt geen bescherming als de praktijk feitelijk op loondienst wijst. Controleer risicovolle arbeidsrelaties daarom nu, leg de afweging vast en schakel deskundige hulp in voordat een herstelvraag verandert in een kostbaar geschil.
Bronnen
- Belastingdienst, Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst, geraadpleegd op 14 juli 2026.
- Belastingdienst, Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026, versie 2.0 van 31 december 2025.
- Belastingdienst, Werken in loondienst: gevolgen voor de opdrachtgever, geraadpleegd op 14 juli 2026.
- Belastingdienst, Werken in loondienst: gevolgen voor de opdrachtnemer, geraadpleegd op 14 juli 2026.
- Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, uitgave maart 2026.
- Ondernemersplein, Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie, geraadpleegd op 14 juli 2026.
- Rijksoverheid, Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers, 6 maart 2026.
- Overheid.nl, Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief, Staatsblad 2026, 158, gepubliceerd op 29 juni 2026.
- Rechtspraak, Deliveroo moet medewerkers pensioen betalen, 27 augustus 2019.