
Vanaf 31 december 2026 krijgen zelfstandigen met een laag uurtarief een sterkere positie als er discussie ontstaat over de vraag of zij eigenlijk werknemer zijn. De nieuwe wet introduceert een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van het uurtarief. Daarbij wordt vaak gesproken over een grens van ongeveer €38 per uur.
Dat bedrag zorgt gemakkelijk voor verwarring. Het betekent niet dat iedere zzp’er minimaal €38 per uur moet rekenen. Ook wordt iemand die minder verdient niet automatisch werknemer. De nieuwe regeling verandert vooral wie moet bewijzen hoe de arbeidsrelatie werkelijk in elkaar zit.
Voor zzp’ers met een laag tarief kan dat een belangrijk verschil maken. Tot nu toe ligt het vaak bij de werkende om aannemelijk te maken dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vanaf de invoering van het rechtsvermoeden kan die bewijslast onder bepaalde voorwaarden verschuiven naar de opdrachtgever.
Wat is het rechtsvermoeden voor zzp’ers?
Het rechtsvermoeden is bedoeld voor mensen die als zelfstandige werken tegen een relatief laag uurtarief.
Wanneer een werkende onder het toepasselijke uurtarief valt en zich beroept op het rechtsvermoeden, wordt ervan uitgegaan dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Vervolgens is het aan de opdrachtgever om aannemelijk te maken dat de samenwerking tóch geen arbeidsovereenkomst is.
De regeling is opgenomen in een wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De Eerste Kamer nam het wetsvoorstel op 16 juni 2026 aan. De wet werd op 29 juni gepubliceerd in het Staatsblad en treedt volgens het officiële inwerkingtredingsbesluit op 31 december 2026 in werking.
Het doel is vooral om laagbetaalde zelfstandigen beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid. Juist bij lage tarieven kan een werkende economisch afhankelijk zijn van een opdrachtgever en tegelijkertijd weinig mogelijkheden hebben om een juridische procedure te beginnen.
Is €38 een verplicht minimumtarief voor zzp’ers?
Nee. De veelgenoemde grens van €38 is geen algemeen minimumtarief voor zelfstandigen. Je mag dus niet concluderen dat een zzp’er vanaf eind 2026 wettelijk minimaal €38 per uur moet factureren.
Ook betekent een tarief onder die grens niet automatisch dat iemand werknemer wordt. Het uurtarief bepaalt alleen of iemand gebruik kan maken van het nieuwe rechtsvermoeden.
De Eerste Kamer omschrijft de maatregel voor 2026 als een regeling voor zzp’ers die minder dan ongeveer €38 per uur verdienen.
Het uiteindelijke toepasselijke bedrag wordt volgens de wet bij ministeriële regeling vastgesteld. Het bedrag kan bovendien in de toekomst worden aangepast.
Onder de grens: je kunt onder voorwaarden een beroep doen op het rechtsvermoeden.
Boven de grens: het rechtsvermoeden op basis van het tarief geldt niet, maar er kan nog steeds sprake zijn van een arbeidsovereenkomst of schijnzelfstandigheid.
Een hoog tarief is dus geen vrijbrief en een laag tarief maakt iemand niet automatisch werknemer.
Wanneer geldt het rechtsvermoeden?
Het rechtsvermoeden draait om de combinatie van werkzaamheden en het daarvoor betaalde uurtarief.
Als een werkende minder verdient dan het vastgestelde bedrag, kan hij of zij zich tegenover de werkgevende beroepen op het vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Vanaf dat moment verandert de uitgangspositie.
Niet de zelfstandige hoeft dan als eerste volledig te bewijzen dat hij eigenlijk werknemer is. De opdrachtgever moet onderbouwen waarom de arbeidsrelatie géén arbeidsovereenkomst is.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat moet worden gekeken naar de manier waarop het werk daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Een contract waarop bovenaan ‘overeenkomst van opdracht’ staat, is daarvoor niet automatisch beslissend. Bij de beoordeling van arbeidsrelaties kijkt men naar de feitelijke omstandigheden van de samenwerking.
De Belastingdienst wijst er bij schijnzelfstandigheid eveneens op dat iemand zich als zelfstandige kan presenteren terwijl er volgens het arbeidsrecht feitelijk sprake is van een dienstverband.
Wat gebeurt er als je minder dan €38 per uur verdient?
In de praktijk verandert er niet automatisch iets zodra je factuur een uurtarief onder de grens bevat.
Je onderneming wordt niet beëindigd, je wordt niet automatisch werknemer en de opdrachtgever hoeft je niet direct een arbeidscontract aan te bieden.
De betekenis van de grens ontstaat vooral wanneer discussie ontstaat over de arbeidsrelatie en de werkende zich beroept op het rechtsvermoeden.
Stel bijvoorbeeld dat je langdurig vrijwel uitsluitend voor één bedrijf werkt. Het bedrijf bepaalt wanneer en waar je werkt, je draait mee in het gewone team en hebt weinig vrijheid om zelf te bepalen hoe je de opdracht uitvoert.
Als je daarbij onder de wettelijke tariefgrens werkt, kan het rechtsvermoeden je juridische positie versterken.
De opdrachtgever moet dan aantonen waarom ondanks die omstandigheden géén arbeidsovereenkomst bestaat.
Dat is iets anders dan de simpele regel: ‘Onder €38 ben je werknemer.’ Zo’n regel bestaat niet.
Wie moet bewijzen dat er geen arbeidsovereenkomst is?
Juist hier zit de kern van de nieuwe wet.
Wanneer aan de voorwaarden is voldaan en de werkende zich op het rechtsvermoeden beroept, ligt het vervolgens bij de opdrachtgever om te onderbouwen dat géén arbeidsovereenkomst bestaat.
De Eerste Kamer beschrijft expliciet dat opdrachtgevers in zo’n situatie moeten aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Lukt dat niet, dan kan blijken dat sprake is van schijnzelfstandigheid en kan de werkende aanspraak maken op rechten die bij werknemerschap horen.
Denk bijvoorbeeld aan bescherming rond ziekte en ontslag.
Dat maakt de regeling vooral belangrijk voor werkenden die nu weinig onderhandelingsmacht hebben.
Wat kan een zzp’er met het rechtsvermoeden doen?
Het rechtsvermoeden is in de eerste plaats een juridisch hulpmiddel.
Het kan worden gebruikt wanneer een zelfstandige vindt dat de samenwerking in werkelijkheid kenmerken heeft van een arbeidsovereenkomst.
Daarbij blijft de feitelijke situatie belangrijk.
Vragen die een rol kunnen spelen zijn bijvoorbeeld:
- Bepaal je zelf hoe je het werk uitvoert?
- Kun je zelfstandig je werktijden indelen?
- Werk je werkelijk voor eigen rekening en risico?
- Kun je opdrachten weigeren?
- Gedraag je je naar buiten toe als ondernemer?
- Ben je organisatorisch onderdeel van het bedrijf van je opdrachtgever?
- Wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd?
Het uurtarief vervangt deze beoordeling niet.
De tariefgrens geeft de werkende vooral een gunstiger uitgangspunt bij een geschil.
Wat betekent de regeling voor opdrachtgevers?
Voor opdrachtgevers die zelfstandigen tegen lage tarieven inhuren, wordt het belangrijker om kritisch te kijken naar de manier waarop opdrachten zijn georganiseerd.
Alleen een zzp-contract opstellen is onvoldoende als de dagelijkse praktijk sterk lijkt op een normaal dienstverband.
Een opdrachtgever kan daarom niet uitsluitend redeneren: ‘We hebben afgesproken dat je zzp’er bent, dus je bent zzp’er.’
Als een zelfstandige onder het toepasselijke tarief werkt en een beroep doet op het rechtsvermoeden, kan juist de opdrachtgever worden gevraagd te onderbouwen waarom geen arbeidsovereenkomst bestaat.
Voor organisaties die veel zelfstandigen inhuren kan het daarom verstandig zijn om niet alleen tarieven te bekijken, maar vooral de feitelijke inrichting van de samenwerking.
Is een tarief boven €38 automatisch veilig?
Nee.
Dit is waarschijnlijk een van de belangrijkste misverstanden rond de nieuwe regeling.
De tariefgrens bepaalt alleen of het rechtsvermoeden op basis van het uurtarief kan worden gebruikt.
De bestaande regels over arbeidsrelaties blijven daarnaast relevant.
Ook iemand die €50, €75 of €100 per uur verdient, kan in een situatie terechtkomen waarin juridisch gezien sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Bij de beoordeling van schijnzelfstandigheid telt het volledige beeld van de samenwerking.
Een hoger tarief kan onderdeel zijn van dat beeld, maar voorkomt niet automatisch dat sprake is van loondienst.
Andersom geldt hetzelfde: een laag uurtarief maakt iemand niet vanzelf werknemer.
Wat is het verschil met de Wet DBA?
De Wet DBA en het nieuwe rechtsvermoeden worden gemakkelijk door elkaar gehaald, maar ze doen niet hetzelfde.
De Wet DBA speelt een rol bij de beoordeling en fiscale handhaving van arbeidsrelaties. Sinds 1 januari 2025 is het eerdere handhavingsmoratorium beëindigd en kan de Belastingdienst weer volgens de normale regels handhaven op schijnzelfstandigheid.
Het rechtsvermoeden is een aanvullende regeling in het Burgerlijk Wetboek die de positie van laagbetaalde werkenden versterkt.
Het verandert dus niet simpelweg de definitie van een zzp’er.
Ook vervangt het de beoordeling van de feitelijke arbeidsrelatie niet.
Je kunt het eerder zien als een extra instrument voor iemand die zegt: ‘Ik word als zelfstandige ingehuurd, maar ik werk feitelijk als werknemer.’
Bij een laag genoeg tarief krijgt die werkende vanaf de invoering een sterkere juridische uitgangspositie.
Moet je als zzp’er nu je uurtarief verhogen naar €38?
Niet puur vanwege deze wet.
Een uurtarief moet passen bij je kosten, inkomen, risico, verzekeringen, vakantie, niet-declarabele uren, pensioen en marktpositie.
Een kunstmatige verhoging van bijvoorbeeld €36 naar €39 verandert bovendien niet automatisch de aard van de arbeidsrelatie.
Werk je feitelijk als werknemer, dan lost een hoger bedrag op de factuur dat probleem niet vanzelf op.
Voor zelfstandigen is het daarom verstandiger om twee vragen afzonderlijk te bekijken:
Is mijn tarief hoog genoeg voor een gezonde onderneming?
Is mijn opdracht daadwerkelijk als zelfstandige opdracht ingericht?
Dat zijn verschillende vragen.
Wanneer gaat het rechtsvermoeden in?
De wet treedt op 31 december 2026 in werking. Die datum is op 15 juli 2026 officieel gepubliceerd in het Staatsblad.
Tot die datum kun je dus niet simpelweg stellen dat het nieuwe wettelijke rechtsvermoeden al geldt.
De wet zelf is wel definitief aangenomen en gepubliceerd.
Het exacte bedrag dat vanaf de eerste toepassing wordt gebruikt, wordt volgens de wettelijke regeling afzonderlijk vastgesteld. Daarom is het verstandig om bij bedragen rond de grens altijd te controleren welk bedrag op dat moment officieel geldt.
Wat kun je als zzp’er nu al doen?
Ook als je ruim boven de tariefgrens zit, is dit een goed moment om kritisch naar je opdrachten te kijken.
Controleer bijvoorbeeld hoeveel vrijheid je werkelijk hebt, of je voor eigen rekening en risico werkt en of je opdracht duidelijk verschilt van het werk van werknemers binnen dezelfde organisatie.
Werk je rond of onder de nieuwe tariefgrens, dan is het daarnaast verstandig om te begrijpen hoe je tarief precies wordt berekend en welke vergoeding werkelijk tegenover de gewerkte uren staat.
Zie de €38-grens vooral niet als een nieuwe allesbepalende zzp-test.
De nieuwe regeling voegt één duidelijke bescherming toe voor laagbetaalde werkenden, maar de vraag of iemand daadwerkelijk zelfstandig werkt blijft afhankelijk van het totale karakter van de samenwerking.
Lees ook op ZZPNews:
Veelgestelde vragen over het rechtsvermoeden voor zzp’ers
Ben je onder €38 per uur automatisch werknemer?
Nee. Een uurtarief onder de toepasselijke grens zorgt niet automatisch voor een arbeidsovereenkomst. Het maakt het mogelijk om onder voorwaarden een beroep te doen op het wettelijke rechtsvermoeden.
Is €38 het nieuwe minimumloon voor zzp’ers?
Nee. Het is geen wettelijk minimumtarief voor alle zelfstandigen. Het bedrag hoort bij het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst.
Kan een zzp’er boven €38 per uur schijnzelfstandig zijn?
Ja. Ook boven de tariefgrens kan uit de feitelijke omstandigheden blijken dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Alleen het speciale rechtsvermoeden op basis van het lage tarief geldt dan niet.
Wanneer gaat de nieuwe regeling in?
De wet treedt op 31 december 2026 in werking.
Moet mijn opdrachtgever mij in dienst nemen als ik minder dan €38 per uur verdien?
Niet automatisch. Bij een beroep op het rechtsvermoeden moet de opdrachtgever wel kunnen onderbouwen waarom de samenwerking geen arbeidsovereenkomst is.
Vervangt deze wet de Wet DBA?
Nee. Het rechtsvermoeden is een aanvullende arbeidsrechtelijke regeling. De beoordeling en handhaving rond schijnzelfstandigheid blijven daarnaast bestaan.