Het aantal zelfstandigen zonder personeel daalt al zes kwartalen achter elkaar. In het tweede kwartaal van 2026 telde het CBS 131.000 minder zzp’ers dan in het vierde kwartaal van 2024. Daar staat geen vergelijkbare toename van vaste banen tegenover. Dat maakt de arbeidsmarktontwikkeling opvallend, zeker nu de strengere handhaving op schijnzelfstandigheid sinds begin 2025 een belangrijke rol speelt in de discussie over zzp-inhuur.
Zes kwartalen achtereen minder zzp’ers
Volgens het CBS nam het aantal mensen met een hoofdbaan als zelfstandige in het tweede kwartaal van 2026 met 13.000 af ten opzichte van het vorige kwartaal. Die daling kwam volledig voor rekening van zelfstandigen zonder personeel. Sinds de piek eind 2024 telt Nederland 131.000 minder zzp’ers. Dat is een aanhoudende ontwikkeling, niet slechts een schommeling in één kwartaal.
De meetwijze is van belang: niet elk cijfer over zelfstandigen gaat over dezelfde groep. Zo kan een analyse van uitsluitend zelfstandigen die eigen arbeid aanbieden anders uitkomen dan een totaalcijfer voor alle zzp’ers. Vergelijkingen moeten daarom dezelfde definitie en periode gebruiken.
Waar blijven de vaste banen?
Het CBS telde in het tweede kwartaal ruim 5,6 miljoen werknemers met een vaste arbeidsrelatie. Dat waren er slechts 4.000 meer dan één kwartaal eerder. Het aantal flexwerknemers bleef op ongeveer 2,7 miljoen. De krimp van de zzp-populatie vertaalt zich dus niet één op één in een even grote stijging van vaste dienstverbanden.
Dat hoeft ook niet: mensen kunnen minder uren gaan werken, overstappen naar een flexibel contract, ander werk gaan doen of helemaal stoppen met werken. Uit de landelijke statistiek alleen is niet te herleiden wat er met iedere voormalige zzp’er gebeurt. Evenmin is uit deze cijfers af te leiden dat alle daling door DBA-handhaving wordt veroorzaakt.
Handhaving en onzekerheid over opdrachten
De timing is wel relevant. Sinds 1 januari 2025 is de Belastingdienst strenger gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Opdrachtgevers die risico’s willen vermijden, kunnen hun inhuurbeleid aanpassen. Maar de samenloop van beleid en dalende aantallen is nog geen bewijs van één oorzaak.
Voor zelfstandigen die opdrachten zien verdwijnen, is vooral de inrichting van de samenwerking van belang. De praktische gevolgen staan in onze gidsen minder zzp-opdrachten, zzp-opdrachten vinden en behouden en schijnzelfstandigheid onder de Wet DBA.
Ook onder jongeren een scherpe terugloop
Een afzonderlijke CBS-publicatie over 2025 laat zien dat de afname bij jonge zzp’ers extra sterk is. Onder 15- tot 27-jarigen daalde het aantal met 18 procent tot 86.000, 19.000 minder dan een jaar eerder. De afname was vooral groot in de zorg en welzijn. Dat kan gevolgen hebben voor de instroom van nieuwe zelfstandigen op langere termijn, al zegt de momentopname op zichzelf niets over hun toekomstige ondernemingsplannen.
Wat betekenen de cijfers?
De cijfers leggen een spanningsveld bloot: minder zelfstandig ondernemers betekent niet automatisch meer zekerheid via vaste banen. Voor de komende kwartalen zijn daarom zowel het aantal zelfstandigen als de ontwikkeling van vaste en flexibele dienstverbanden belangrijk. Pas met die gegevens wordt duidelijker hoe de arbeidsmarkt zich structureel aanpast.
Bronnen: CBS, arbeidsmarkt tweede kwartaal 2026; CBS, zzp-daling 2025; CBS, jonge zelfstandigen.