De voorgestelde Zelfstandigenwet moet zzp’ers vooraf zekerheid geven over hun arbeidsrelatie, maar een belangrijke voorwaarde is nog niet ingevuld. Zelfstandigen moeten volgens het voorstel jaarlijks een minimumbedrag besteden aan voorzieningen tegen ondernemersrisico’s. Hoe hoog dat bedrag wordt, is nog onbekend.
Het wetsvoorstel ligt sinds 1 oktober 2026 ter internetconsultatie. De overheid wil met twee toetsen duidelijker maken wanneer een opdracht buiten loondienst kan worden uitgevoerd. Wie aan de zelfstandigentoets én de werkrelatietoets voldoet en ook volgens die afspraken werkt, krijgt volgens het voorstel een wettelijke ‘veilige haven’.
Niet alleen de manier van werken telt
De zelfstandigentoets kijkt niet uitsluitend naar de daadwerkelijke opdracht. Er staan ook voorwaarden in over ondernemerschap, waaronder een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een zakelijke rekening, eigen facturatie en minimaal drie opdrachtgevers in het lopende en voorafgaande kalenderjaar samen.
Daarnaast moet de ondernemer jaarlijks een nog vast te stellen bedrag besteden aan voorzieningen. De consultatietekst noemt onder meer arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, voorzieningen voor ziekte, pensioenopbouw en aansprakelijkheidsverzekeringen als mogelijke onderdelen.
Juist de hoogte van dat bedrag kan bepalen hoe toegankelijk de regeling wordt. Een zelfstandige met hoge inkomsten en ruime financiële reserves staat voor een andere afweging dan iemand die weinig ruimte heeft om premies te betalen.
Verzekeringen zijn voor veel zzp’ers al een kostenkwestie
Uit CBS-cijfers blijkt dat in 2024 15,5 procent van de zzp’ers met ondernemerschap als hoofdinkomen premie betaalde voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat betekent niet dat alle anderen zonder financieel vangnet zaten: sommigen hadden andere voorzieningen.
In onderzoek van CBS en TNO over 2025 gaf 23,3 procent van de niet-verzekerde zzp’ers aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering niet te kunnen betalen. Bijna vier op de tien vonden dat de baten niet opwogen tegen de kosten. Meerdere antwoorden waren mogelijk.
De cijfers bewijzen niet hoeveel zelfstandigen straks buiten de veilige haven zullen vallen. Ze maken wel duidelijk waarom de nog onbekende financiële eis onderwerp van discussie kan worden.
Geen veilige haven betekent niet automatisch werknemer
Wie niet aan alle voorgestelde voorwaarden voldoet, wordt daarmee niet automatisch werknemer. De arbeidsrelatie blijft dan onder de bestaande regels beoordeeld worden. De nieuwe regeling biedt dus mogelijk extra rechtszekerheid aan een groep zelfstandigen, zonder alle andere gevallen definitief op te lossen.
Reacties op het voorstel zijn mogelijk tot en met 29 oktober 2026. De beoogde inwerkingtreding is januari 2028. Zowel de eisen als de hoogte van het minimumbedrag kunnen in het verdere wetgevingstraject nog veranderen.
Bronnen: Internetconsultatie – Zelfstandigenwet; Rijksoverheid – Toelichting Zelfstandigenwet; CBS – Voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen.