De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) treedt op 1 januari 2027 in werking. De wet richt zich op bedrijven die arbeidskrachten aan andere bedrijven ter beschikking stellen. Dat lijkt vooral een zaak voor uitzendbureaus, maar ook zelfstandigen die via hun eigen bv werken moeten naar hun situatie kijken. De rechtsvorm alleen bepaalt niet of de toelatingsplicht van toepassing is.
Het verschil zit in de praktijk: verricht iemand zelfstandig een opdracht, of wordt een arbeidskracht uitgeleend om onder leiding en toezicht van de inlener te werken? De Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU) legt op haar website uit wanneer een onderneming een toelating nodig kan hebben.
Niet iedere zzp’er is een uitlener
Een zzp’er die zelfstandig diensten levert en zelf bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd, valt niet vanzelf onder de Wtta. De wet is bedoeld voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten, niet voor iedere zakelijke opdracht of ieder contract met een zelfstandige.
Ook werken via een eigen bv biedt echter geen automatische uitzondering. Staat een directeur-grootaandeelhouder bij een andere organisatie feitelijk onder leiding en toezicht, dan kan volgens de NAU de vraag ontstaan of sprake is van terbeschikkingstelling en of de bv toelating moet aanvragen. Het is daarom onjuist te stellen dat alle zzp’ers met een bv onder de wet vallen, maar evenzeer dat zij altijd zijn uitgezonderd.
Welke data zijn belangrijk?
De wet treedt op 1 januari 2027 in werking, maar 2027 is een overgangsjaar. Ondernemingen die onder de toelatingsplicht vallen, kunnen zich van 1 november tot en met 31 december 2026 aanmelden voor de overgangsregeling. De daadwerkelijke aanvraag voor toelating of ontheffing volgt van 1 mei tot en met 30 juni 2027. De Arbeidsinspectie start vanaf 1 januari 2028 met handhaving op de toelatingsplicht.
Wie de overgangsregeling wil gebruiken, doet er goed aan tijdig te controleren of de onderneming aan de voorwaarden voldoet en welke gegevens nodig zijn. Voor sommige aanmeldingen zijn eHerkenning niveau 3 en de Berichtenbox voor Bedrijven vereist.
Ook de opdrachtgever krijgt een controleplicht
Niet alleen uitleners krijgen verplichtingen. De Wtta introduceert ook een controleplicht voor inleners. Vanaf de handhavingsfase moeten zij nagaan of het bedrijf waarvan zij arbeidskrachten inhuren, over de vereiste toelating beschikt of onder een toepasselijke uitzondering of overgangsregeling valt.
De Wtta staat naast de regels voor schijnzelfstandigheid. Een intermediair of bv tussen opdrachtgever en uitvoerder voorkomt dus niet automatisch dat vragen ontstaan over de aard van de werkrelatie. Lees daarvoor ook onze uitleg over de Wet DBA voor zzp’ers.
Praktische eerste stap
Voor zelfstandigen die via hun eigen bv werken, is de belangrijkste vraag of zij werkelijk een zelfstandig omschreven dienst leveren of in de praktijk functioneren als ingeleende arbeidskracht onder leiding en toezicht. Is dat laatste aan de orde, controleer dan rechtstreeks bij de NAU of een toelating, ontheffing of aanmelding voor de overgangsregeling nodig is. Die beoordeling is afhankelijk van de concrete constructie.
Bronnen: NAU — Moet u toelating aanvragen?; NAU — Over de Wtta; NAU — Aanmelden voor overgangsregeling.