zzpnews.nl - onafhankelijk nieuws voor zelfstandigen

woensdag 22 juli 2026

Zaken, beleid, geld en werkcultuur voor zelfstandige ondernemers.

VBAR geschrapt: welke wet komt ervoor in de plaats?

Gepubliceerd
Leestijd
Onderwerp

De VBAR is grotendeels geschrapt, maar daarmee is de discussie over zzp’ers en schijnzelfstandigheid niet voorbij. Het onderdeel dat nieuwe wettelijke criteria moest geven voor het onderscheid tussen werknemers en zelfstandigen is uit het wetsvoorstel gehaald. Alleen het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief is overgebleven.

De Eerste Kamer heeft dit afgeslankte wetsvoorstel op 16 juni 2026 aangenomen. Wanneer de nieuwe regeling precies ingaat, is nog niet bekend. Ondertussen werkt het kabinet aan een afzonderlijke Zelfstandigenwet, die vooraf meer duidelijkheid moet bieden over wanneer iemand werkelijk als zelfstandige kan werken.

Voor zzp’ers en opdrachtgevers betekent dit dat voorlopig vooral de bestaande wetgeving en rechtspraak bepalend blijven. De feitelijke manier van samenwerken is daarbij belangrijker dan de titel boven een contract. Lees ook onze uitleg over de Wet DBA en schijnzelfstandigheid in 2026.

Laatst inhoudelijk gecontroleerd op: 21 juli 2026.

Wat was de Wet VBAR?

VBAR staat voor Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden. Het oorspronkelijke wetsvoorstel had twee belangrijke onderdelen.

Het eerste onderdeel moest verduidelijken wanneer iemand werkt als werknemer en wanneer iemand als zelfstandige kan worden ingehuurd. Daarvoor werd een wettelijke beoordeling voorgesteld met criteria rond aansturing, organisatorische inbedding en werken voor eigen rekening en risico.

Het tweede onderdeel introduceerde een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor mensen die minder dan een vastgesteld uurtarief verdienen.

Het doel was meer zekerheid te bieden aan werkenden en opdrachtgevers en kwetsbare werkenden beter te beschermen. Tegelijkertijd moest de wet het eenvoudiger maken om schijnzelfstandigheid te herkennen en aan te pakken.

Waarom kreeg de VBAR zoveel kritiek?

Vooral het verduidelijkingsdeel van de VBAR riep veel weerstand op. Zelfstandigenorganisaties, opdrachtgevers en verschillende deskundigen vreesden dat het voorgestelde beoordelingskader juist nieuwe onduidelijkheid zou veroorzaken.

Een belangrijk discussiepunt was de vraag hoeveel gewicht moest worden toegekend aan de manier waarop iemand binnen een organisatie werkt. Een zelfstandige kan bijvoorbeeld hetzelfde werk uitvoeren als werknemers of langere tijd onderdeel zijn van een projectteam. Dat betekent echter niet automatisch dat die persoon geen ondernemer is.

Critici vreesden dat zelfstandigen die inhoudelijk zelfstandig werken toch sneller als werknemer zouden worden gezien, alleen omdat hun werkzaamheden onderdeel zijn van de normale bedrijfsactiviteiten van de opdrachtgever.

Ook bestond er kritiek op de hoeveelheid criteria en de manier waarop die tegen elkaar moesten worden afgewogen. Een lange lijst met kenmerken geeft op papier veel houvast, maar leidt niet vanzelf tot een duidelijke uitkomst. Arbeidsrelaties verschillen immers sterk per sector, functie en opdracht.

Het kabinet concludeerde uiteindelijk dat het verduidelijkingsdeel te veel onrust veroorzaakte en als een verzwaring van de bestaande regels werd ervaren. Daarom is dit deel in maart 2026 uit het wetsvoorstel verwijderd.

Is de VBAR daadwerkelijk geschrapt?

De uitspraak dat de VBAR volledig is geschrapt, is niet helemaal juist.

Het oorspronkelijke wetsvoorstel bestond uit twee delen. Het eerste deel, met nieuwe criteria voor het beoordelen van arbeidsrelaties, is vervallen. Het tweede deel, het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief, is wel verder behandeld.

Na de wijziging heette het voorstel officieel niet langer de Wet VBAR, maar het wetsvoorstel voor de invoering van een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief.

De Tweede Kamer nam dit voorstel op 21 april 2026 aan. De Eerste Kamer volgde op 16 juni 2026. De wet is daarmee aangenomen, maar de datum van inwerkingtreding moet nog worden vastgesteld.

De meest nauwkeurige conclusie is daarom:

Het beoordelingsdeel van de VBAR is geschrapt, maar het rechtsvermoeden uit de VBAR is als afzonderlijke regeling aangenomen.

Wat is het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?

Het rechtsvermoeden is bedoeld om werkenden met een relatief laag uurtarief een sterkere juridische positie te geven.

Verdient een werkende minder dan het wettelijk vastgestelde uurtarief en stelt diegene dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst? Dan wordt voortaan vermoed dat de werkende inderdaad werknemer is. De opdrachtgever moet vervolgens aantonen dat er toch als zelfstandige is gewerkt.

Het gaat dus om een verschuiving van de bewijslast.

Zonder het rechtsvermoeden moet een werkende doorgaans zelf aannemelijk maken dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat kan lastig zijn, vooral wanneer iemand financieel afhankelijk is van één opdrachtgever of weinig middelen heeft om een juridische procedure te voeren.

Het rechtsvermoeden betekent nadrukkelijk niet dat een zzp’er niet meer onder het grensbedrag mag werken. Ook onder dat tarief kan iemand zelfstandig werken. Het uurtarief verandert bovendien niet automatisch de arbeidsrelatie in een dienstverband.

De regeling gaat pas een rol spelen wanneer de werkende zich op het rechtsvermoeden beroept. De opdrachtgever krijgt dan de taak om te onderbouwen dat de samenwerking geen arbeidsovereenkomst is.

Het in het wetsvoorstel genoemde bedrag wordt periodiek geïndexeerd. Welk bedrag precies geldt wanneer de wet ingaat, hangt daardoor af van het moment van inwerkingtreding.

Welke wet komt in de plaats van de VBAR?

Het kabinet werkt aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Die moet duidelijker maken wanneer iemand als zelfstandige kan worden ingehuurd en welke verantwoordelijkheden bij zelfstandig ondernemerschap horen.

Deze Zelfstandigenwet is op 21 juli 2026 nog geen geldende wet. De precieze inhoud kan tijdens de voorbereiding en parlementaire behandeling nog veranderen.

Het kabinet wil bij de uitwerking onder andere kijken naar kenmerken van zelfstandig ondernemerschap. Denk aan werken voor eigen rekening en risico, vrijheid bij de uitvoering van het werk en de positie van de zelfstandige in het economische verkeer.

Het uitgangspunt lijkt te zijn dat niet alleen wordt gekeken naar de afzonderlijke opdracht, maar ook naar de manier waarop iemand zich als ondernemer gedraagt. Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar zijn door het hebben van verschillende klanten, eigen investeringen, commerciële risico’s en verantwoordelijkheid voor het resultaat.

Pas wanneer een definitief wetsvoorstel is ingediend, wordt duidelijk welke criteria precies in de wet terechtkomen. Tot die tijd is het te vroeg om te stellen dat de Zelfstandigenwet de bestaande beoordeling al heeft vervangen.

Welke regels gelden nu?

Zolang de Zelfstandigenwet niet is ingevoerd, gelden de bestaande wettelijke regels voor arbeidsovereenkomsten. Bij de beoordeling wordt gekeken naar alle feiten en omstandigheden van de samenwerking.

In de rechtspraak spelen onder meer de volgende punten een rol:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de manier waarop werkzaamheden en werktijden worden bepaald;
  • de mate waarin de opdrachtgever aanwijzingen kan geven;
  • de inbedding van het werk en de werkende in de organisatie;
  • de verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de manier waarop afspraken tot stand zijn gekomen;
  • de hoogte en betaling van de beloning;
  • de vraag wie commercieel risico loopt;
  • de vraag of de werkende zich in het economische verkeer als ondernemer gedraagt.

Geen enkel kenmerk beslist op zichzelf of sprake is van loondienst. Alle omstandigheden moeten in samenhang worden beoordeeld.

Dat betekent bijvoorbeeld dat het hebben van meerdere opdrachtgevers kan wijzen op ondernemerschap, maar niet automatisch bewijst dat elke afzonderlijke opdracht buiten loondienst valt.

Andersom maakt een langdurige opdracht iemand niet automatisch werknemer. Wel kan een lange samenwerking waarin de zzp’er hetzelfde wordt aangestuurd en behandeld als personeel het risico op een arbeidsovereenkomst vergroten.

Het contract is niet doorslaggevend

Een overeenkomst van opdracht of modelovereenkomst kan helpen om afspraken duidelijk vast te leggen. Toch bepaalt het document niet zelfstandig hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt gezien.

De praktijk moet overeenkomen met de afspraken.

Staat in een contract dat de zelfstandige zelf bepaalt hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd, terwijl een manager in werkelijkheid dagelijks instructies geeft en verlof moet goedkeuren? Dan kijkt de Belastingdienst naar de feitelijke situatie.

Ook een bepaling waarin staat dat partijen geen arbeidsovereenkomst willen, geeft geen zekerheid. De juridische kwalificatie volgt uit de rechten, verplichtingen en werkelijke uitvoering van de samenwerking.

De Belastingdienst verlengt bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten niet onbeperkt, maar volgens de actuele uitleg over modelovereenkomsten kunnen lopende modellen onder voorwaarden nog tot en met 31 december 2029 worden gebruikt. Alleen wanneer partijen daadwerkelijk volgens de overeenkomst werken, kan zo’n model waarde hebben.

Wat betekent dit voor zzp’ers?

Het schrappen van het beoordelingsdeel betekent dat zzp’ers niet ineens aan een geheel nieuw wettelijk VBAR-kader hoeven te voldoen. Tegelijkertijd is de onzekerheid niet volledig opgelost, omdat de beoordeling voorlopig afhankelijk blijft van bestaande open normen en rechtspraak.

Voor zzp’ers blijft het daarom belangrijk om niet alleen op papier, maar ook in de praktijk zelfstandig te werken. De praktische kenmerken kun je ook toetsen met de 5 O’s bij zzp-inhuur.

Dat kan onder andere blijken uit:

  • vrijheid om de eigen werkwijze te bepalen;
  • verantwoordelijkheid voor een afgesproken resultaat;
  • eigen investeringen en bedrijfsmiddelen;
  • het lopen van financieel of commercieel risico;
  • de mogelijkheid opdrachten te weigeren;
  • eigen aansprakelijkheid voor fouten;
  • zelfstandig onderhandelen over tarief en voorwaarden;
  • zichtbare deelname aan het economische verkeer als ondernemer.

Een eigen website, inschrijving bij de Kamer van Koophandel en meerdere opdrachtgevers kunnen ondernemerschap ondersteunen. Ze zijn echter niet voldoende wanneer je binnen een concrete opdracht feitelijk werkt als een gewone werknemer.

Voor zelfstandigen met een laag uurtarief kan het nieuwe rechtsvermoeden extra bescherming bieden. Zij krijgen een betere bewijspositie wanneer zij menen dat hun opdrachtgever hen feitelijk als werknemer behandelt.

Wat betekent dit voor opdrachtgevers?

Opdrachtgevers blijven samen met de zzp’er verantwoordelijk voor een juiste beoordeling van de arbeidsrelatie.

Zij moeten daarom niet alleen controleren of een contract juridisch netjes is opgesteld, maar vooral bekijken hoe een opdracht binnen de organisatie wordt uitgevoerd.

Belangrijke vragen zijn bijvoorbeeld:

  • Is sprake van een duidelijk omschreven opdracht of wordt vooral capaciteit ingehuurd?
  • Bepaalt de zelfstandige zelf hoe het resultaat wordt bereikt?
  • Wordt de zzp’er op dezelfde manier aangestuurd als werknemers?
  • Kan de zelfstandige eigen ondernemersbeslissingen nemen?
  • Loopt de zelfstandige werkelijk risico bij fouten, vertraging of tegenvallende resultaten?
  • Past de dagelijkse praktijk bij de afspraken in het contract?

Wanneer achteraf blijkt dat sprake was van loondienst, kan de opdrachtgever te maken krijgen met correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen voor loonheffingen. Daarnaast kunnen arbeidsrechtelijke gevolgen ontstaan, zoals discussie over loon, vakantiegeld, loondoorbetaling bij ziekte of ontslagbescherming.

Opdrachtgevers hoeven niet uit voorzorg alle zzp-opdrachten te beëindigen. Wel moeten zij opdrachten die sterk op een gewone functie in loondienst lijken kritisch beoordelen en zo nodig anders organiseren. Dreigt een opdracht toch te stoppen, bekijk dan ook de mogelijke vervolgstappen als een opdrachtgever stopt met zzp’ers.

Wat gebeurt er met de handhaving door de Belastingdienst?

Het schrappen van een deel van de VBAR verandert niets aan het einde van het handhavingsmoratorium.

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volgens de normale regels op arbeidsrelaties. In de officiële toelichting op de handhaving staat dat bij vastgestelde schijnzelfstandigheid direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen kunnen volgen.

In beginsel wordt niet verder teruggegaan dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of wanneer een eerdere aanwijzing niet is opgevolgd, kan de Belastingdienst onder omstandigheden verder terugkijken.

In 2025 werden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd. Vanaf 1 januari 2026 kunnen wel vergrijpboetes worden opgelegd. De Belastingdienst legt in 2026 nog geen verzuimboetes op.

Een vergrijpboete komt vooral in beeld wanneer sprake is van opzet of grove schuld. Een foutieve beoordeling leidt dus niet automatisch tot een boete, maar kan wel financiële gevolgen hebben.

Wetgeving en handhaving moeten daarbij uit elkaar worden gehouden. De Belastingdienst handhaaft nu op basis van de bestaande wet en rechtspraak. Daarvoor hoeft de Zelfstandigenwet niet eerst te zijn aangenomen.

Wat kun je nu als zzp’er doen?

Wachten op nieuwe wetgeving is niet verstandig. Controleer nu al of jouw opdrachten ook in de dagelijkse praktijk zelfstandig worden uitgevoerd.

Let vooral op deze punten:

  • Leg duidelijk vast welk resultaat je moet leveren.
  • Maak afspraken over vrijheid bij de uitvoering.
  • Voorkom dat een opdrachtgever je behandelt als regulier personeel.
  • Zorg dat contract en praktijk met elkaar overeenkomen.
  • Onderhandel zelf over tarief, planning en voorwaarden.
  • Maak zichtbaar welke verantwoordelijkheid en risico’s je draagt.
  • Gebruik waar passend eigen apparatuur, software of hulpmiddelen.
  • Beoordeel langdurige opdrachten regelmatig opnieuw.
  • Bespreek twijfel tijdig met de opdrachtgever.
  • Laat complexe situaties beoordelen door een arbeidsrechtelijk of fiscaal deskundige.

Het is niet nodig om kunstmatig meerdere opdrachtgevers te verzamelen of ondernemersrisico’s te creëren die niet bij het werk passen. De totale werkelijkheid moet geloofwaardig laten zien dat je een zelfstandig ondernemer bent.

Wat kunnen opdrachtgevers nu doen?

Opdrachtgevers kunnen risico’s beperken door iedere soort opdracht afzonderlijk te beoordelen.

Begin niet bij de vraag welk contract nodig is, maar bij de vraag of het werk werkelijk als zelfstandige opdracht kan worden georganiseerd. Beschrijf vervolgens het resultaat, de verantwoordelijkheden en de ruimte die de zelfstandige krijgt.

Controleer na de start of de praktijk nog bij de afspraken past. Een opdracht kan in de loop van de tijd veranderen. Een zelfstandig project kan bijvoorbeeld geleidelijk overgaan in structurele capaciteitsinhuur onder directe aansturing.

Zorg daarnaast dat managers en teamleiders begrijpen dat zij een zzp’er niet automatisch op dezelfde manier kunnen behandelen als een werknemer. De afspraken van de afdeling inkoop of juridische dienst hebben weinig waarde wanneer de dagelijkse leiding in de praktijk iets anders doet.

Conclusie: VBAR geschrapt, maar niet helemaal verdwenen

De uitspraak “VBAR geschrapt” klopt maar gedeeltelijk. Het omstreden onderdeel met nieuwe criteria voor het beoordelen van arbeidsrelaties is uit het wetsvoorstel verwijderd. Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief is wel aangenomen.

De ingangsdatum van dat rechtsvermoeden is nog niet bekend. Daarnaast werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet, maar die moet nog verder worden uitgewerkt en behandeld.

Totdat nieuwe regels daadwerkelijk ingaan, blijven de bestaande wetgeving en rechtspraak leidend. Voor zzp’ers en opdrachtgevers verandert de belangrijkste praktische boodschap daarom niet: beoordeel de volledige samenwerking en zorg dat zelfstandig ondernemerschap niet alleen in het contract, maar vooral in de dagelijkse praktijk zichtbaar is.

Veelgestelde vragen

Is de Wet VBAR definitief geschrapt?

Niet volledig. Het onderdeel van de VBAR dat nieuwe criteria moest invoeren voor het beoordelen van arbeidsrelaties is geschrapt. Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een laag uurtarief is wel als afzonderlijk wetsvoorstel verdergegaan. Dit voorstel is op 16 juni 2026 door de Eerste Kamer aangenomen. De datum waarop de regeling ingaat, is nog niet vastgesteld.

Welke wet komt in de plaats van de VBAR?

Het kabinet werkt aan een Zelfstandigenwet die meer duidelijkheid moet geven over wanneer iemand als zelfstandige kan werken. Op 21 juli 2026 is deze wet nog in ontwikkeling. De precieze criteria en de ingangsdatum staan daarom nog niet vast. Totdat nieuwe wetgeving ingaat, blijven de bestaande regels voor arbeidsovereenkomsten en de relevante rechtspraak leidend.

Wanneer gaan de nieuwe regels voor zzp’ers in?

Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief is door beide Kamers aangenomen, maar de datum van inwerkingtreding is nog niet bekend. Voor de aangekondigde Zelfstandigenwet is evenmin een definitieve ingangsdatum vastgesteld. Zzp’ers en opdrachtgevers moeten hun arbeidsrelatie daarom voorlopig blijven beoordelen aan de hand van de huidige wetgeving, rechtspraak en feitelijke uitvoering van de opdracht.

Heeft het schrappen van de VBAR gevolgen voor de handhaving?

Nee. De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volgens de normale regels op schijnzelfstandigheid. Daarvoor is geen nieuwe VBAR of Zelfstandigenwet nodig. Bij een onjuiste kwalificatie kan de Belastingdienst correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. Vanaf 2026 zijn ook vergrijpboetes mogelijk wanneer sprake is van opzet of grove schuld.

Wanneer wordt een zzp’er als werknemer gezien?

Dat hangt af van alle omstandigheden van de samenwerking. Belangrijk zijn onder meer de mate van aansturing, vrijheid bij het uitvoeren van het werk, inbedding in de organisatie, persoonlijke arbeid, beloning, ondernemersrisico en zichtbaar ondernemerschap. De titel van het contract is niet doorslaggevend. Ook het hebben van een KvK-inschrijving of meerdere opdrachtgevers geeft op zichzelf geen zekerheid.

Bronnen

Meer over