De zachte landing is voorbij
Jarenlang hing de Wet DBA als een donkere wolk boven de zzp-markt, maar bleef daadwerkelijke handhaving grotendeels uit. Die situatie is inmiddels veranderd. Sinds 1 januari 2026 controleert de Belastingdienst weer actief op schijnzelfstandigheid en kunnen opdrachtgevers direct worden geconfronteerd met naheffingen, correcties en boetes.
Voor veel zelfstandigen voelt dit als een fundamentele koerswijziging. Waar ondernemers voorheen vaak konden rekenen op een waarschuwing of een gesprek, ligt de focus nu op daadwerkelijke naleving van de regels. De centrale vraag is daarbij niet wat er op papier staat, maar hoe de samenwerking in de praktijk is ingericht.
Voor zzp’ers betekent dit dat ondernemerschap zichtbaarder moet worden gemaakt. Voor opdrachtgevers betekent het dat het inhuren van zelfstandigen opnieuw kritisch tegen het licht wordt gehouden.
Update maart 2026: kabinet kiest voor nieuwe Zelfstandigenwet
Op 6 maart 2026 maakte minister Aartsen bekend dat het kabinet een belangrijke wijziging doorvoert in de aanpak van schijnzelfstandigheid. Het eerder voorgestelde verduidelijkingsdeel van de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) wordt geschrapt.
Volgens het kabinet zorgde dit onderdeel voor te veel onzekerheid bij zowel opdrachtgevers als zelfstandigen. In plaats daarvan werkt het kabinet aan een nieuwe Zelfstandigenwet die meer duidelijkheid moet bieden over wanneer iemand ondernemer is en wanneer sprake is van een dienstverband.
De verwachting is dat deze wet niet eerder dan 2027 wordt ingevoerd.
Wat wel overeind blijft, is het rechtsvermoeden van werknemerschap bij lage tarieven. Zelfstandigen die werken tegen een uurtarief onder de €38 kunnen hierdoor sneller als werknemer worden aangemerkt. De opdrachtgever moet dan aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van zelfstandig ondernemerschap.
Waarom de handhaving nu veel serieuzer is
De regels rondom schijnzelfstandigheid zijn niet nieuw. De wettelijke basis bestaat al jarenlang. Wat verandert, is de manier waarop de Belastingdienst deze regels toepast.
Vanaf 2026 kan de fiscus:
- loonheffingen naheffen;
- correctieverplichtingen opleggen;
- vergrijpboetes uitdelen bij grove schuld of opzet;
- arbeidsrelaties opnieuw beoordelen;
- risicosectoren actief controleren.
Vooral sectoren zoals zorg, ICT, bouw, transport, onderwijs en zakelijke dienstverlening staan daarbij nadrukkelijk in de belangstelling.
Waar de Belastingdienst werkelijk naar kijkt
Een veelgemaakte fout is dat zelfstandigen denken dat een goed contract voldoende bescherming biedt. In werkelijkheid kijkt de Belastingdienst vooral naar de feitelijke uitvoering van het werk.
Daarbij spelen vragen als:
- Wie bepaalt de werktijden?
- Wie bepaalt de werkwijze?
- Is er sprake van inhoudelijke aansturing?
- Is de zzp’er onderdeel van de organisatie?
- Kan het werk door iemand anders worden uitgevoerd?
- Loopt de zelfstandige ondernemersrisico?
Wanneer de dagelijkse praktijk sterk lijkt op een normale arbeidsrelatie, neemt het risico op schijnzelfstandigheid toe.
Het Deliveroo-arrest blijft leidend
De beoordeling van arbeidsrelaties wordt nog altijd sterk beïnvloed door het arrest van de Hoge Raad in de zaak tussen Deliveroo en de maaltijdbezorgers.
Uit deze uitspraak volgt dat niet één factor doorslaggevend is. Alle omstandigheden van de samenwerking worden in samenhang beoordeeld.
Daarbij spelen onder andere een rol:
- de mate van vrijheid;
- de aanwezigheid van gezag;
- de wijze van beloning;
- ondernemersrisico;
- de positie van de werkende op de markt;
- het aantal opdrachtgevers;
- investeringen in de onderneming.
Voor zzp’ers is vooral het laatste punt belangrijk. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap een relevante factor is bij de beoordeling.
Rode vlaggen die de Belastingdienst direct opvallen
De volgende situaties vergroten het risico aanzienlijk:
- jarenlang werken voor één opdrachtgever;
- vaste werkdagen en vaste werktijden;
- verplichte aanwezigheid op kantoor;
- functioneren binnen dezelfde hiërarchie als werknemers;
- gebruik van uitsluitend bedrijfsmiddelen van de opdrachtgever;
- betaling per maand zonder duidelijk projectresultaat;
- terugkeren als zzp’er bij de voormalige werkgever.
Hoe meer van deze kenmerken aanwezig zijn, hoe groter de kans dat de samenwerking als dienstverband wordt aangemerkt.
Groene vlaggen die juist wijzen op ondernemerschap
Tegenover deze risico’s staan kenmerken die juist passen bij zelfstandig ondernemerschap:
- meerdere opdrachtgevers per jaar;
- eigen website en marketing;
- actieve acquisitie;
- investeren in software, apparatuur en opleidingen;
- werken op basis van projecten of resultaten;
- vrijheid in planning en uitvoering;
- mogelijkheid om werk uit te besteden;
- commerciële risico’s dragen.
Deze factoren laten zien dat je daadwerkelijk een onderneming runt en niet feitelijk in loondienst werkt.
Wat betekent dit financieel voor zzp’ers?
Wanneer een arbeidsrelatie achteraf wordt aangemerkt als dienstverband kunnen de gevolgen groot zijn.
Mogelijke gevolgen zijn:
- verlies van ondernemersaftrek;
- correcties op belastingaangiften;
- terugbetaling van fiscale voordelen;
- discussie over sociale verzekeringen;
- arbeidsrechtelijke claims.
Voor opdrachtgevers zijn de risico’s vaak nog groter. Naheffingen van loonheffingen en premies kunnen oplopen tot tienduizenden euro’s per ingehuurde zelfstandige.
Wat kun je vandaag al doen?
Veel zzp’ers wachten op nieuwe wetgeving, maar dat is niet verstandig. De Belastingdienst handhaaft nu al.
Praktische stappen die je direct kunt nemen:
- Analyseer je huidige opdrachten kritisch.
- Verminder afhankelijkheid van één opdrachtgever.
- Werk zoveel mogelijk resultaatgericht.
- Verhoog waar mogelijk je ondernemersprofiel.
- Investeer in zichtbaarheid en acquisitie.
- Documenteer je zelfstandige positie.
- Laat overeenkomsten juridisch toetsen.
Conclusie: ondernemerschap wordt belangrijker dan ooit
De discussie over schijnzelfstandigheid gaat allang niet meer alleen over contracten. Sinds de volledige handhaving van de Wet DBA in 2026 staat de feitelijke uitvoering van werkzaamheden centraal.
De aangekondigde Zelfstandigenwet moet uiteindelijk voor meer duidelijkheid zorgen, maar tot die tijd blijven de bestaande criteria leidend. Zelfstandigen die kunnen aantonen dat zij daadwerkelijk ondernemen, meerdere opdrachtgevers hebben en ondernemersrisico lopen, staan aanzienlijk sterker bij een controle.
Voor veel zzp’ers is 2026 daarom niet alleen het jaar van strengere handhaving, maar ook het jaar waarin zichtbaar ondernemerschap belangrijker wordt dan ooit.
Veelgestelde vragen
Kan ik zelf een boete krijgen?
Niet direct. De boete ligt bij de opdrachtgever. Maar jij kunt wel flink moeten terugbetalen.
Ik werk al jaren voor één klant, moet ik stoppen?
Niet per se. Maar je moet snel extra klanten zoeken en je positie versterken.
Helpt een BV?
Nee. De Belastingdienst kijkt naar hoe je werkt, niet naar je rechtsvorm.
Geldt dit ook voor oude jaren?
Voor 2025 alleen bij misbruik. Vanaf 2025 volledig.
Beschermt een modelovereenkomst mij nog?
Nauwelijks. De praktijk gaat altijd vóór het contract.