Vier schoonheidsspecialisten die na hun vertrek op ongeveer 6,4 kilometer afstand een nieuwe salon begonnen, hebben volgens de Rechtbank Midden-Nederland hun concurrentiebeding overtreden. De rechtbank hield hen aan de afspraak uit hun stoelhuur- en samenwerkingsovereenkomsten, maar verlaagde de boete wel van 80.000 naar 10.000 euro per persoon.
Het concurrentiebeding bleef na het einde van de samenwerking nog twaalf maanden van kracht. Binnen die periode mochten de schoonheidsspecialisten geen activiteiten ontplooien binnen een straal van 15 kilometer. Omdat de nieuwe salon op ongeveer 6,4 kilometer afstand werd geopend, was volgens de rechtbank sprake van een overtreding.
Boete fors gematigd
De rechtbank vond de contractuele boete van 80.000 euro per persoon buitensporig en onaanvaardbaar. De boete werd daarom gematigd tot 10.000 euro per persoon. Daarmee bleef de overtreding van het beding in stand, terwijl de financiële gevolgen aanzienlijk lager uitvielen dan in de overeenkomst was vastgelegd.
De schoonheidsspecialisten konden zich ook niet met succes beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Volgens de rechtbank was de gestelde gezagsverhouding onvoldoende feitelijk onderbouwd. De verhouding werd daarom niet als arbeidsovereenkomst gekwalificeerd.
De uitspraak van 19 augustus 2026 gaat over de specifieke contracten en omstandigheden van deze vier schoonheidsspecialisten. De zaak laat wel zien dat werken op stoelhuurbasis niet automatisch betekent dat een zelfstandige na het vertrek vrij is om binnen de afgesproken regio een concurrerende onderneming te starten. Een concurrentiebeding kan ook na het einde van de samenwerking doorwerken. Tegelijkertijd kan een rechter een contractuele boete verlagen wanneer die buitensporig uitpakt.
Bron(nen): Rechtspraak Uitspraken — Rechtbank Midden-Nederland, 19-08-2026, 11974613 MC EXPL 25-6296